Bionieuws

Mens & Maatschappij

Zika en dengue versterken elkaar

Macrofagen in een placenta, geïnfecteerd met het zika-virus. Foto: Mehul Suthar en Matt Zimmerman, Emory University

Zwangere vrouwen die eerder dengue hebben gehad, lopen grotere kans dat hun ongeboren kind besmet raakt met zika. Andersom geldt ook dat eerdere zika-infecties bij de moeder de kans vergroten op een ernstiger verloop van een dengue-besmetting bij hun kind. Dat tonen Amerikaanse onderzoeksgroepen 15 november aan in twee gelijktijdige publicaties in Cell Host & Microbe.

Antilichamen
De studies laten zien dat antilichamen tegen een flavivirus, waartoe zika en dengue behoren, geen bescherming bieden tegen een ander virus uit deze familie, maar infectie juist kunnen verergeren. ‘De heersende opvatting is dat antilichamen altijd goed zijn, maar antilichamen kunnen allerlei effecten hebben’, zegt Sujan Shresta, laatste auteur van een van de publicaties. ‘Met deze complexiteit moeten we rekening houden bij de ontwikkeling van vaccins.’

Van dengue is bekend dat de eerste besmetting mild verloopt, maar dat latere infecties een dodelijke vorm kunnen aannemen. Dit fenomeen staat bekend als antibody-dependent enhancement. Omdat zika voorkomt in gebieden waar dengue circuleert was de vraag of antilichamen tegen flavivirussen ook elkaar onderling kunnen versterken.

‘De immuunreactie werkt hier als een dubbel-geslepen zwaard: het beschermt tegen de ene infectie, maar versterkt de andere juist’

De eerste publicatie verkent dat fenomeen door dengue-antilichamen in combinatie met het zika-virus te introduceren in humaan placentaal materiaal. Ze laten zien dat de dengue-antilichamen binden aan het zika-virus door de overeenkomsten in de viruseiwitten. Maar in plaats van het virus te vernietigen, helpen de antilichamen het pathogene virus juist om de placenta binnen te dringen.

Muizenmoeders
De tweede studie onderzocht de omgekeerde situatie: of zika-antilichamen ook dengue kunnen versterken. Hiervoor keken ze naar muizenmoeders die eerder een zika-infectie hadden doorstaan. Via haar bloed had de moeder antilichamen doorgegeven aan haar nakomelingen. Die boden enigszins bescherming tegen een zika-infectie, maar een dengue-infectie verliep bij deze pups juist ernstiger en ze hadden grotere kans eraan te overlijden. Vergelijkbaar met de eerste studie, tonen de auteurs aan dat de zika-antilichamen binden aan de dengue-virusdeeltjes, maar deze niet vernietigen.

‘De immuunreactie werkt hier als een dubbel-geslepen zwaard: het beschermt tegen de ene infectie, maar versterkt de andere juist’, zegt Shresta. ‘Dat betekent dat we heel zorgvuldig moeten zijn bij de ontwikkeling van vaccins, anders voorkomen we de ene ziekte terwijl we onbedoeld de vatbaarheid voor een andere vergroten.’

Vaccineren
Heel interessant, noemt viroloog Gorben Pijlman van Wageningen Universiteit de studies. ‘Er gaat veel geld naar de ontwikkeling van een zika-vaccin, waar we zelf ook aan werken; maar je moet je afvragen of vaccineren tegen zika in alle gevallen wel slim is. Anders dan bij influenza, dat snel verandert en waarbij je juist een heel brede bescherming wil bewerkstelligen, moeten we bij flavivirussen dus vaccins ontwikkelen die heel specifiek zijn, om antibody-dependent enhancement te voorkomen.’

Pijlman zet wel kanttekeningen bij de dierproeven. ‘Een eerdere studie in Science gebruikte een ander muismodel en kreeg heel andere uitkomsten. Die bevindingen zijn dus niet een op een te vertalen naar de mens.’

Dit artikel verscheen 17 november in Bionieuws 18