Bionieuws

Plant & Dier

Watermolens verdreven de zalm

Het beeld de Zalmvisser op de stadsmuur van Gorichem met op de achtergrond een molen.

De zalm is niet uit de Nederlandse wateren verdwenen door overbevissing of watervervuilling, maar door de komst van watermolens. Dat concluderen Nijmeegse ecologen na nauwgezet archiefonderzoek en op basis van een keurige correlatie tussen de bouw van watermolens en de teruggang van de zalm (Scientific Reports, 20 juli online). Door aanleg van watermolens verdwenen de grindbedden in de beken en werden zo ongeschikt voor de zalmen om in te paaien, vermoeden de onderzoekers. ‘Omdat de watermolens, met hun dammen en vijvers, de vaart uit de stroom halen, bezinkt er bovenstrooms veel meer sediment. De grindbedden die de zalm nodig heeft om de eieren in te leggen zijn verdwenen onder een dikke laag zand en slik’, zegt eerste auteur Rob Lenders in een begeleidend persbericht.

Zalmstand
Tussen de Vroege Middeleeuwen en 1600 zijn de zalmpopulaties met 90 procent afgenomen. ‘Ik schat dat begin 1900 99 procent van de aantallen uit het midden van de dertiende eeuw verdwenen was’, aldus Lenders. De teruggang van de zalmstand heeft volgens hem grote gevolgen gehad voor het hele ecosysteem. Lenders: ‘De honderden tonnen zalm die ooit jaarlijks de beken opzwommen, brachten in feite voedingsstoffen van de zee de bergen in. De teruggang van beren, wolven en arenden kan mede verklaard worden door het gebrek aan zalm.’

Hij vermoedt dat herstelprogramma’s niet veel zullen opleveren. ‘Het afdammen van beken in het stroomgebied van de grote rivieren heeft de paaiplaatsen blijvend veranderd. De zalm zoekt grindbedden om te paaien. Die zijn verdwenen. Ook als je molens en dammen weghaalt blijft dit effect nog eeuwen zichtbaar – er is een soort terrassenlandschap ontstaan. Het zou uiterst kostbaar zijn om dit te herstellen, als het al mogelijk is.’