Bionieuws

Ecologie & Evolutie

Vlinderbloemigen herstarten droog tropenbos

De in Zuid-Amerika voorkomende rode poedersponsboom (Calliandra haematocephala) is een vlinderbloemige die heel efficiënt met water omgaat. Foto University of Connecticut

Het zijn vooral vlinderbloemige bomen die als pioniers zorgen dat op verlaten landbouwgronden weer jonge bossen opbloeien in de droge tropen van Latijns-Amerika. Deze succesrol in bosherstel danken de peuldragende planten niet alleen aan hun vermogen stikstof te binden, maar juist ook aan hun aanpassingen om droogte te weerstaan. Dat blijkt uit analyses van het internationale 2ndFOR-onderzoeksnetwerk aan bomen op ruim twaalfhonderd proefpercelen in jonge laaglandbossen in Midden- en Zuid-Amerika (Nature Ecology & Evolution, 28 mei online).

Pioniers
‘Het is vooral opmerkelijk dat droogtetolerantie van vlinderbloemigen zo’n belangrijke rol speelt’, meent de Wageningse bosecoloog en tweede auteur Danaë Rozendaal. ‘Dat ze als stikstofbinders het goed doen als pioniers wisten we al, maar het is verrassend dat ze juist door hun bladkenmerken en efficiëntie in watergebruik zo goed uit de voeten kunnen onder droge omstandigheden’, aldus Rozendaal. ‘Dat is ook heel nuttige informatie voor bosherstel, door ze actief aan te planten of te beschermen.’ De analyses zijn gedaan aan datasets van proefpercelen in laaglandbos op 42 locaties tussen Mexico en Brazilië. Op elke locatie zijn percelen uitgelegd in bossen die zich herstellen van zwerflandbouw en veeteelt, en die variëren in leeftijd van 2 tot 100 jaar.

Neerslaggradiënt
De locaties omvatten een neerslaggradiënt van 750 millimeter neerslag en een zevenmaands droog seizoen, tot 4000 millimeter neerslag en nat gedurende het hele jaar. Op de percelen is de samenstelling aan boom- en struiksoorten vastgesteld en zijn gegevens vastgelegd over leeftijd, stamdikte en bladvorm. Zo is af te leiden welke boomkenmerken een rol spelen tijdens successie in secundair tropenbos. ‘Stikstofbindende vlinderbloemigen zijn belangrijke pioniers in zowel natte als droge tropenbossen, maar in jonge droge bossen zijn ze veel massaler aanwezig’, constateert de Wageningse hoogleraar functionele ecologie en bosbeheer Lourens Poorter en coördinator van het 2ndFORnetwerk.

Een zaailing van de vlinderbloemige Anadenanthera colubrina, die dankzij de kleine bladeren goed bestand is tegen droogte en hitte. Foto Lourens Poorter.

‘Ze kunnen onder stressvolle omstandigheden veel eiwitten produceren, zoals het voor fotosynthese belangrijke enzym rubisco. Ze hoeven daarom hun huidmondjes maar even op een kiertje te zetten en verliezen dan minder water door transpiratie, en ook door de relatief dunne en inklapbare samengestelde bladeren zijn ze heel goed bestand tegen droogte- en hittestress’, meent Poorter. ‘Dat ze onder zeer droge omstandigheden bos kunnen herstarten is interessant gezien de klimaatopwarming en voor herbebossingsprojecten. Daarnaast zijn ze door de bloeiwijzen en peulen, waar tal van tropische insecten, vogels en zoogdieren van leven, ook een sleutel tot biodiversiteitherstel’.