Bionieuws

Onderwijs & Werk

Vier biogerelateerde Spinoza’s

Onder de Spinoza’s bevindt zich geen echte bioloog, maar wel vier wetenschappers die de biologie dicht op de huid zitten.

Een ontwikkelingsbioloog, neurowetenschapper en twee biochemici kregen vrijdag 16 juni officieel te horen dat ze ieder een Spinozapremie van 2,5 miljoen euro ontvangen. Deze grootste Nederlandse onderzoeksprijs gaat dit jaar naar de Utrechtse farmacochemicus Albert Heck (1964), de Utrechtse ontwikkelingsbioloog Alexander van Oudenaarden (1970), de Leidse ontwikkelingspsycholoog Eveline Crone (1975) en de Leidse spectroscopie-expert Michel Orrit (1956). Het is voor het eerst dat alle bekroonde onderzoekers een duidelijke relatie hebben met de biowetenschappen.

Ontwikkelingsbiologie
Het meest biologische profiel heeft Van Oudenaarden, algemeen directeur van het Hubrecht Instituut voor ontwikkelingsbiologie en hoogleraar kwantitatieve biologie van genregulatie in Utrecht. ‘Als kind was ik al geïnteresseerd in de biologie, maar ik was er op de middelbare school eigenlijk niet zo goed in. Ik vond het moeilijk en ik had voor biologie slechts een 6 op mijn eindlijst’, vertelt Van Oudenaarden. ‘Ik was veel beter in wis- en natuurkunde en ben daarom natuurkunde gaan studeren. Mijn promotie was echt harde natuurkunde: de vastestoffysica. In Amerika heb ik me als postdoc via biochemie omgeschoold naar moleculaire biologie.’

‘Tot voor kort had je voor
sequensen veel cellen nodig,
maar dat kan nu bij een
enkele cel’

In 2009 maakt Van Oudenaarden de overstap naar het Hubrecht Instituut. Hij geldt nu volgens onderzoeksfinancier NWO als pionier en wereldleider in het nieuwe vakgebied single-cell biology. ‘Tot voor kort had je voor sequensen veel cellen nodig, maar dat kan nu bij een enkele cel. Wij kijken vooral naar rna, waardoor je van een cel precies kunt nagaan welke genen hard aanstaan. Zo kun je vaststellen wat voor type cel het is en welke rol die cel speelt in weefsel of in een orgaan’, legt Van Oudenaarden uit. Hij is met meer dan vijftienduizend citaties in de afgelopen vijf jaar een van de meest geciteerde Nederlandse onderzoekers. Met de Spinozapremie wil Van Oudenaarden risicovol onderzoek gaan doen. ‘Achterhalen welke rol de positie en geschiedenis van cellen precies speelt in genactiviteit van cellen. Maakt het uit of een cel tussen veel familieleden zit of juist door het hele lichaam verspreid is geraakt?’

Puberbrein
Spinozawinnaar Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie in Leiden, bekent dat ze een matige leerling was op de middelbare school. ‘Mijn cijfer voor biologie zal een 6 of een 7 zijn geweest. Op de basisschool was ik nog goed, maar op de middelbare school heb ik niet op zitten letten. Ik schaam me ervoor en zou het graag over willen doen, want nu lijkt leren me heel leuk. Misschien ben ik daarom het puberbrein gaan onderzoeken’, aldus Crone. Over het gedrag en de neurologische processen in hersenen van pubers schreef zij in 2008 het boek Het puberende brein dat inmiddels toe is aan de 34ste druk.
‘Dat was voor mij een manier om mijn onderzoek met de samenleving te delen’, vertelt Crone. Ze heeft genoeg ideeën voor besteding van de Spinozapremie. ‘Ik wil vooral verbindingen leggen tussen deelgebieden die ik eerder onderzocht, zoals impulsbeheersing, informatieverwerking en hersenontwikkeling.’ Voor haar onderzoek ontving Crone eerder al een Veni-, Vidi- en Vici-subsidie van NWO, meerdere ERC-beurzen en in januari nog de Ammodo KNAW-award van 300.000 euro.

Analyse
De andere twee winnaars van een Spinozapremie, de Utrechtse farmacochemicus Heck en de Leidse chemicus Orrit, zijn respectievelijk gespecialiseerd in massaspectrometrische analyse van eiwitten en spectroscopische analyse van afzonderlijke organische moleculen in levend materiaal. NWO kende sinds 1995 81 Spinozapremies toe, waaronder 23 aan levenswetenschappers. De officiële uitreiking van de premie en het Spinozabeeldje is op 12 september in Den Haag.

Dit artikel verscheen in Bionieuws 11 van 17 juni 2017.