Bionieuws

Gen & Micro

Twee tweeling-genen ontdekt

Foto: Flickr/Donnie Ray Jones

Het krijgen van een twee-eiige tweeling is deels erfelijk bepaald, via de lijn van de moeder. Een internationale groep onderzoekers legt twee genen bloot die daaraan ten grondslag liggen. Vrouwen met beide gen-varianten hebben 29 procent meer kans om een twee-eiige tweeling ter wereld te brengen, schrijven ze in American Journal of Human Genetics van 28 april. Bovendien spelen de genen een belangrijke rol bij de vruchtbaarheid van de vrouw en mogelijke complicaties tijdens een IVF-behandeling, zoals overstimulatie van de eierstokken.

Tweelingen komen relatief veel voor, gemiddeld zo’n 13 op de 1000 zwangerschappen, en de meesten daarvan zijn twee-eiig. Daarbij komen twee eicellen tot rijping in plaats van een, en worden beide bevrucht. De kinderen zijn in dat geval net zoveel aan elkaar verwant als andere broers en zussen dat van elkaar zijn. ‘We weten al langer dat het krijgen van een twee-eiige tweeling een belangrijke erfelijke component kent die via de moeder loopt’, legt laatste auteur Dorret Boomsma van de Vrije Universiteit Amsterdam uit. ‘Ons onderzoek laat nu voor het eerst zien welke genen daar in belangrijke mate aan bijdragen, wat ook belangrijke klinische gevolgen heeft.’ Boomsma doet al ruim dertig jaar onderzoek aan tweelingen en heeft in al die jaren een van de grootste tweelingregisters in de wereld opgebouwd.

‘We zijn de genen op het spoor gekomen door de genetische achtergrond van zo’n tweeduizend moeders van spontaan geboren twee-eiige tweelingen te vergelijken met bijna dertienduizend moeders van eenlingen’, vertelt Boomsma. ‘Daarbij kwamen in eerste instantie drie genen aan het licht, maar na een replicatiestudie met een tweelingenregister in IJsland bleven daar nog twee van over. Beide genen verhogen de kans op een dubbele ovulatie, maar via een ander mechanisme.’

Het eerste gen ligt vrijwel naast het FSHB- gen dat verantwoordelijk is voor de productie van het follikelstimulerend hormoon (FSH), wat de eierstokken stimuleert tot een eisprong. Vrouwen met deze gen-variant hebben een verhoogd FSH-niveau, waardoor ze een grotere kans hebben op een dubbele ovulatie, en daarbij 18 procent meer kans op een twee-eiige tweeling. De tweede gen-variant, SMAD3, maakt de eierstokken gevoeliger voor FSH, wat de kans op een twee-eiige tweeling met 9 procent verhoogt. Vrouwen met beide gen-varianten hebben 29 procent meer kans op een twee-eiige tweeling.

Volgens Boomsma heeft de ontdekking ook mogelijk toekomstige gevolgen voor vruchtbaarheidsbehandelingen als IVF. ‘Bij IVF worden de eierstokken gestimuleerd tot ovulatie met een hormoonbehandeling, om vervolgens de eitjes in vitro te bevruchten. In sommige gevallen vindt er overstimulatie van de eierstokken plaats, wat erg gevaarlijk kan zijn. De twee nieuw ontdekte gen-varianten zouden wel eens van voorspellende waarde hiervoor kunnen zijn. Daar gaan we ons in vervolgonderzoek nu op richten.’