Bionieuws

Nomen est Omen

Turks-Nederlandse megamigrant

Detail van de tekening die Hans-Simon Holzbecker (1649-1659) maakte van de tulpensoort Tulipa gesneriana.

Tulipa gesneriana

Nederland is het land van tulpen. Een alternatief feit waarover ‘herkomstland’ Turkije kan tandenknarsen. Precies vijf jaar geleden leek dit liefdevol bijgelegd tijdens de viering van vierhonderd jaar diplomatieke betrekkingen tussen beide landen. Op de Keukenhof werd 26 maart 2012 het Tulpen Vijfje geslagen: een herdenkingsmunt met aan weerszijden een tulp, koningin Beatrix op de kop, en de Turkse halve maan en ster op de keerzijde. Dat de eerst geslagen munt een – later vernietigde – misslag werd, was een voorteken. Vijf jaar later beleven de diplomatieke betrekkingen een dieptepunt.

Toch is 23 maart de Keukenhof weer gewoon opengegaan en staan daar straks meer dan zeven miljoen bolplanten in bloei, waaronder achthonderd verschillende tulpen. Dit uithangbord voor de Nederlandse sierteelt trekt naar verwachting weer minstens een miljoen bezoekers. Ook Amsterdam pikt een graantje mee en houdt van 1 april tot 15 mei wederom het Tulpfestival. Een mooi moment om te constateren dat Nederland de tulp vooral dankt aan migratie.

Sultans versieren hun
tulband met een tulp

Het oorsprongsgebied van vroegbloeiende tulpensoorten ligt ten oosten van Turkije, ergens richting De Krim. Tulipa gesneriana is een wilde tulpensoort die veelal genoemd wordt als voorloper van de meeste nu gekweekte tulpen. Deze soort vond in het Ottomaanse Rijk van sultan Solomein de Grote (1520-1566) via tuinen in Constantinopel haar weg naar Wenen. Daar portretteerde natuuronderzoeker Conrad Gesner in 1561 deze eerste ‘Turkse Tulp’, wat de soortstoevoeging verklaart. De genusnaam Tulipa komt van het Perzische woord dat tulband betekent en verwijst naar de gewoonte van sultans hun tulband met een tulp te versieren. De Vlaamse plantkundige en latere Leidse hortulanus Carolus Clusius (1526-1609) bracht de tulpen vanuit Wenen, via Frankfurt en Antwerpen, naar Nederland. Ze bloeiden in 1594 voor het eerst in de Leidse Hortus. Van daaruit begonnen ze door creatief kwekerswerk aan een opmars naar alle windstreken.

Een miljardenbedrijf waarbij bijna tweeduizend verschillende cultivars nu jaarlijks ruim vier miljard bollen leveren. Ongeveer de helft hiervan migreert de wijde wereld in. Een Turks-Nederlands succesverhaal dat de wereld jaarlijks opfleurt en een stuk kleurrijker maakt.

(Dit bericht verscheen in Bionieuws 6 van 25 maart 2017)