Bionieuws

Column

Transitie

Succesverhaal Nederlandse landbouw niet simpel vertaalbaar in andere talen. Compilatie Moebius

Zelfs bij de Topsector Agri&Food is intensiveren en schaalvergroting niet langer de automatische piloot. Zelfs oud-WUR-baas en voortrekker van de industriële landbouw Aalt Dijkhuizen neemt tegenwoordig als boegbeeld van deze topsector de woorden ‘transitie’ en ‘circulaire economie’ in de mond. Hij kijkt er niet eens vies bij, zo bleek op het symposium Zaaien, oogsten en eten dat de topsector op 7 juni op een toplocatie – de Wageningse Berg – had georganiseerd. ‘Holisme’ kwam nog net niet over zijn lippen, maar zelfs Aalt blijkt te schuiven.

Natuurlijk verpakte hij zijn boodschap nog wel met een fors voorafje waarin de successen van de Nederlandse landbouw, levensmiddelen- en bio-industrie werden bezongen. ‘We zijn een echte topsector, met 95 miljard euro aan export’, met ‘eersteklas boeren, tuinders en wetenschappers’, ‘hoogproductief, efficiënt en innovatief’, aldus Dijkhuizen. ‘Nederland is wereldkampioen en heeft de sleutels tot de toekomst.’

Tegen het eind van zijn speech kwamen dan toch enkele mitsen en maren. Want het voeden van 9 miljard mensen in 2050 zal hoe dan ook gepaard gaan met steeds schaarsere hulpbronnen als grond, water, meststoffen en energie. Dat bleek ook uit de presentatie van Wouter-Jan Schouten, themadirecteur duurzame voedselsystemen van het Topinstituut Food and Nutrition, de wetenschapstak van de topsector. Hij hield een verhaal over de kansen in de transitie van ons voedselsysteem en constateert dat de helft van de wereldbevolking niet goed gevoed wordt en drie kwart van alle boeren in een armoedeval zit. ‘Problemen elders, zijn ook ons probleem’, stelt Schouten en ‘we hebben geen kanten-klare oplossingen’.

Het is zeer de vraag of het ‘succesverhaal’ van de Nederlandse landbouw wel vertaalbaar is in andere talen. Dat was ook het overheersende geluid op de bijeenkomst van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding over efficiëntie in de landbouw, precies twee dagen later in Ede. In zijn slotbetoog vatte ex-Rabobank-directeur en -duurzaamheidshoogleraar Herman Wijffels de manco’s van de veelbezongen efficiënte Nederlandse voedselketen nog even samen: er worden vooral veel dingen buiten beschouwing gelaten, te veel aandacht geschonken aan financieel-economische opbrengsten, terwijl ecologische en sociale opbrengsten én kosten buiten beeld blijven.

En zo’n transitie moet dan ook nog
eens ‘evolutionair’ verlopen

Wijffels bepleit daarom een fundamentele heroriëntatie die uitgaat van instandhouding van het leven zelf: ‘Planet first!’ En zo’n transitie moet dan ook nog eens ‘evolutionair’ verlopen: dus voortbouwend op de voorgaande situatie en met medeneming van alles wat wel waardevol is gebleken. Dat betekent volgens hem ook door alles netjes af te bouwen wat we niet kunnen handhaven. ‘Als je af wil van de plofkip dan moet je ook alle kosten compenseren die daarvoor nodig zijn.’ Het vraagt kortom om bijna net zo’n transitie als voormalig bankdirecteur Wijffels zelf heeft doorgemaakt. Het mooie is wel, dat het dus blijkbaar mogelijk is.