Bionieuws

Nomen est Omen

Stekelige grazer

Een individuele zeester eet gemiddeld zo'n 6 vierkante meter koraal per jaar. Foto: Nature

Maar weinig mensen zien bij de woorden giftig, carnivoor en roofdier een zeester voor zich. Toch zijn deze beschrijvingen allemaal van toepassing op een bijzonder stekelig exemplaar dat al jaren de koraalriffen in met name de Australische wateren terroriseert.

Ster
De ster, Acanthaster planci genaamd, werd in 1758 opgetekend in Linnaeus’ boek Systema naturae als Asterias planci. Met de genusnaam verwees hij simpelweg naar aster, Latijn voor ster. De soortstoevoeging planci is een verwijzing naar de Italiaanse naturalist Giovanni Bianchi, ook bekend als Jano Planco.

Giftig
In 1841 hernoemde de Franse paleontoloog Gervais het genus tot Acanthaster. Gervais was niet op de hoogte van Linnaeus’ eerdere beschrijving en de verwarring rondom de naam van de zeester bleef bestaan tot in de twintigste eeuw. De nieuwe naam Acanthaster is een samentrekking van aster en van acanth, dat doorn betekent in het Latijn. Niet voor niets wordt de soort ook wel doornenkroonzeester genoemd, een verwijzing naar de giftige, doornachtige stekels die zijn hele lichaam bedekken.

Verwoesting
Zoals de doornenkroon Jezus kwelde op zijn laatste dag, zo teistert deze gestaag grazende zeester zijn lievelingskostje: koraalriffen. Een individuele zeester eet gemiddeld zo’n 6 vierkante meter koraal per jaar, en door overbevissing van zijn natuurlijke vijanden is hij in overvloed aanwezig. De soort heeft daarmee een verwoestende invloed op de gezondheid van de riffen, zelfs groter dan de effecten van koraalverbleking en ziekte samen.

Controle
Niet heel verrassend dus, dat koraalbeschermers het dier liever kwijt dan rijk zijn. Door het werk van een Australische onderzoeksgroep is controle over de grootte van de populatie een stuk dichterbij. In Nature publiceerden de onderzoekers 6 april hun studie naar het zojuist gesequenste genoom van de zeester. De onderzoekers identificeerden signaaleiwitten die door de zeesterren uitgescheiden worden. Deze zijn specifiek voor A. planci, en vormen daarmee een focuspunt voor de ontwikkeling van controlemethoden gericht op dit onderwaterongedierte. Voor het koraal kan dat niet snel genoeg gebeuren.