Bionieuws

Mens & Maatschappij

‘Schimmelcollectie is een juweel’

Pedro Crous: 'Er zijn miljoenen schimmelsoorten nog niet in kaart gebracht.'

Het Centraalbureau voor Schimmelcultures heet vanaf nu Westerdijk Institute. ‘We gaan ons richten op de positieve kant van schimmels’, zegt directeur Pedro Crous.

‘Westerdijk krijgt eindelijk de erkenning die ze verdient. Haar erfenis is onze collectie, een juweel’, zegt de Zuid-Afrikaanse Pedro Crous (1963), directeur van het Centraalbureau voor Schimmelcultures (CBS) dat sinds 10 februari verder gaat onder de nieuwe naam Westerdijk Fungal Biodiversity Institute, kortweg Westerdijk Institute. ‘Deze naamsverandering is niet meer dan gerechtvaardigd’, zegt Crous, ‘en dit is daarvoor het juiste moment.’

Honderdduizend stammen
Op 10 februari 2017 is het precies honderd jaar geleden dat fytopatholoog Johanna Westerdijk in Utrecht de eerste vrouwelijke hoogleraar werd van Nederland. Als directeur van het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten was ze ook verantwoordelijk voor de schimmelcultures die de basis vormden voor de collectie van het CBS. Inmiddels is deze collectie van honderdduizend stammen de oudste en omvangrijkste ter wereld. ‘Ons hête nog steeds die eerste skimmels van Westerdijk’, vertelt Crous in onmiskenbaar Afrikaans.

Bang dat de nieuwe naam verwarring gaat opleveren is hij niet. ‘De afkorting CBS was ongelukkig, ook internationaal. En bovendien: alle internationale schimmelonderzoekers kennen Westerdijk. Je schimmelcarrière is niet compleet zonder een bezoek aan het CBS. We krijgen dan ook ongelooflijk veel bezoek.’

Diepe sporen
Ook in Zuid-Afrika heeft Westerdijks werk diepe sporen nagelaten, vertelt Crous. Twee van haar promovendi waren Zuid-Afrikaans. Pas na de Apartheid kreeg Crous zelf de kans het CBS te bezoeken; directeur worden lag niet in zijn planning. ‘Ik had al een baan in Amerika geaccepteerd, maar net in die week doorboorde een vliegtuig de Twin Towers en werden alle banen bevroren. Ik vind het een grote eer dat ik nu voor de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen kan werken.’

‘Ik vind het een wonderlijk voorrecht om buitenlandse studenten te begeleiden. Het is het mooiste aspect aan mijn werk.’

Net als in de tijd van Westerdijk werken er veel internationale promovendi en postdocs met de inmiddels gevriesdroogde en op stikstof bewaarde schimmelcollectie. Crous heeft inmiddels ook aanstellingen in Zuid-Afrika, Australië en Thailand. ‘Het meeste doe ik op afstand, via mail, Skype en Whatsapp. En veel aio’s komen naar Nederland om hier een periode onderzoek te doen. Dat is de belangrijkste rol die wij als instituut spelen: mensen opleiden en met kennis weer terugsturen’, zegt Crous. ‘Ik vind het een wonderlijk voorrecht om buitenlandse studenten te begeleiden. Het is het mooiste aspect aan mijn werk.’

Schadelijke soorten
Ondanks zijn directeurschap en vele aan het CBS verbonden nevenfuncties, zit Crous nog altijd graag in het lab. Zijn expertise is – net als die van Westerdijk – de fytopathologie. ‘Elke donderdag, vrijdag en zaterdag reserveer ik om achter de microscoop te zitten. We krijgen veel plantmateriaal opgestuurd, en de schimmels daarop kweek ik. Van alle schimmels is pas 7 tot 10 procent bekend; er zijn miljoenen soorten nog niet in kaart gebracht. Die wil ik opsporen.’

De collectie telt inmiddels grofweg honderdduizend stammen, die ook volledig met dna-barcoding in kaart zijn gebracht. ‘Of daar schadelijke soorten tussen zitten? Heel veel. De collectie is dan ook goed beveiligd, en het aantal mensen dat toegang heeft is beperkt. We verzenden zo’n tienduizend schimmels per jaar, voor bijvoorbeeld de industrie en landbouw. De aanvragen daarvoor worden nauwkeurig bekeken; dat levert enorm veel papierwerk op.’

Wereldwijde faam
Hoewel het CBS wereldwijde faam verwierf vanwege de grote schimmelcollectie, draait het volgens Crous in het instituut juist om onderzoek. ‘Onderzoek brengt de collectie tot leven. Veel schimmels gaan naar buitenlandse universiteiten die onze schimmels als reference strain gebruiken. Het onderzoek groeit in een hels tempo’, zegt Crous. ‘We hebben zelfs meer ruimte nodig.’

Behalve de nieuwe naam breidt het instituut daarom ook uit met een nieuwe Westerdijk-vleugel in het gebouw, waarin de nadruk van het onderzoek meer op toepassingen en maatschappelijke relevantie komt te liggen. ‘We hebben de grootste schimmelcollectie ter wereld en we weten precies welke enge dingen ze doen, maar welke positieve dingen doen ze?’, zegt Crous.

Werken en feesten
‘In onze nieuwe afdeling novel product discovery gaan we bijvoorbeeld op zoek naar nieuwe antimycotica en antibiotica. In de toekomst wordt een simpele knieoperatie een levensbedreigende ingreep doordat huidige antibiotica niet meer werken’, voorspelt Crous. De nieuwe groep clinical mycoloy gaat nauw samenwerken met het nabijgelegen Prinses Máxima Centrum dat in kinderkanker in gespecialiseerd. ‘Wist je dat een groot deel van de patiëntjes overlijdt door een schimmelinfectie? Westerdijk had gelijk toen ze voorspelde dat schimmelonderzoek steeds belangrijker wordt.’

In het nu geheten Westerdijk Institute leeft haar visie dan ook voort, vertelt Crous, wijzend naar haar bekende levensmotto dat in de muur van de binnentuin in steen is gebeiteld: ‘Werken en feesten vormt schone geesten’. ‘Het instituut is heel gezellig. Wij voelen ons onderdeel van de schimmels. We werken hard, maar we feesten nog harder’, lacht Crous. ‘In de woorden van Westerdijk: van een saai leven gaat zelfs een schimmel dood.’

(De bericht verscheen in Bionieuws 3 van 11 februari 2017)