Bionieuws

Mens & Maatschappij

‘Nieuwe virusziekten duiken op bij grote veranderingen’

Viroloog Marion Koopmans: 'We zijn continu omgeven door allerlei virussen, waarvan maar een klein deel problematisch is.'

‘We moeten ons beter voorbereiden op het ontstaan van nieuwe infectieziekten die door virussen veroorzaakt worden, zodat we die sneller kunnen signaleren en indammen’, zegt viroloog Marion Koopmans. Ze wil een grootschalig netwerk opzetten om uitbraken te kunnen voorspellen.

‘Als een virusziekte om zich heen grijpt, zoals dengue, chikungunya, ebola of zika, komt er een onderzoekslijn op gang naar mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling en de ontwikkeling van een vaccin. Maar dat is een jarenlang traject. Nu steeds vaker nieuwe virusziekten de kop opsteken houden we het op die manier niet bij. Daarom zie je het veld kantelen: in plaats van alleen per pathogeen te reageren, willen we proberen om opkomst en uitbraak van nieuwe ziekten te voorspellen, zodat we ze sneller ontdekken en eerder kunnen ingrijpen. Dat is toekomstmuziek, maar ik wil gaan onderzoeken of zo’n voorspelling mogelijk is.’ Marion Koopmans (1956), hoogleraar virologie aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, ontvangt op 12 september een Stevinpremie van NWO.

Overspringen
De premie, die dit jaar voor het eerst wordt toegekend naast de Spinozapremie, is bestemd voor onderzoek met een directe maatschappelijke impact. Het werk van Koopmans heeft die impact zeker. Het gaat haar om de vraag hoe virussen van dier op mens overspringen en hoe ze zich grootschalig onder mensen verspreiden. Ze was onder meer betrokken bij de ontdekking van het Middle East Respiratory Syndrome (MERS) in 2012, leidde de Nederlandse ploeg die meewerkte aan de bestrijding van ebola in 2014 in Guinee, Liberia en Sierra Leone en leverde een bijdrage aan de bestrijding van zika in Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied in 2015.

Moeilijk
Vaak is het moeilijk om de uitbraak van een nieuwe virusziekte te kunnen zien aankomen, omdat het meestal onduidelijk is waar naar gezocht moet worden. Toch denkt Koopmans dat er aanknopingspunten zijn. ‘Van uitbraken in het verleden weten we dat iets nieuws vaak opduikt op plaatsen waar grote veranderingen plaatsvinden. Dat kan bijvoorbeeld bevolkingsgroei zijn, globalisering, verstedelijking, intensivering van veeteelt en toenemende handel in landbouwproducten of klimaatverandering.’

Dromedarissen
Twee houten dromedarissen in haar boekenkast illustreren een voorbeeld daarvan. ‘Met onderzoekers uit Qatar zijn we nagegaan hoe het MERS-coronavirus in 2012 heeft kunnen toeslaan. Het virus is afkomstig van dromedarissen. De afgelopen twintig à dertig jaar is men deze dieren in veel grotere aantallen gaan houden. Men liet ze niet meer vrij rondlopen, maar zette ze dicht op elkaar. Bovendien begon men dromedarissenraces te organiseren, waarbij de dieren van plaats naar plaats werden vervoerd om aan wedstrijden deel te nemen. Door deze veranderingen kon het virus zich snel onder dromedarissen verspreiden en overspringen naar de mens. Zo is de uitbraak achteraf te verklaren.’

Muggen
De virussen die dengue en zika veroorzaken kwamen oorspronkelijk ook bij dieren voor, in deze gevallen bij apen. ‘Ze gingen incidenteel via muggen van aap op mens over als mensen in het habitat van apen kwamen. We spreken dan van een sylvatische cyclus: het virus handhaaft zich in een dierenreservoir door overdracht van dier via mug naar dier. Maar in gebieden met groeiende bevolkingsdichtheid kan dat veranderen in de urbane cyclus, waarbij de mens reservoirgastheer wordt en directe overdacht tussen mensen via muggen kan plaatsvinden. Dan kan een virus zich snel onder de bevolking verspreiden. Dat is bij dengue en zika gebeurd, en men is bang dat het virus dat gele koorts veroorzaakt en bij apen voorkomt ook de urbane cyclus zal ingaan.’

Zodra het duidelijk is dat ergens de kans groot is dat er iets nieuws kan opduiken, is het mogelijk om met nieuwe moleculaire technieken te achterhalen of dat ook daadwerkelijk het geval is. ‘Met dna- en rna-analyses kun je in kaart brengen wat er aan virussen in het milieu circuleert, bijvoorbeeld in dierlijke mest.’

Rioolwater
Samen met Deense onderzoekers onderzoekt haar groep het ‘metagenoom’ van rioolwater van een aantal wereldsteden. De Deense onderzoekers inventariseren bacteriën en onderzoeken patronen van resistentie tegen antibiotica; Koopmans richt zich op virussen. ‘We vinden van alles: bekende pathogene virussen, plantenvirussen, bacteriofagen en vooral veel onbekends. We willen per stad of regio een profiel maken van wat er normaal voorkomt en die baseline goed snappen. Dan kunnen we vervolgens vaststellen of er verschuivingen optreden.’

'Virussen hebben een regulerende functie in het ecosysteem, en we willen onderzoeken hoe we de gevaarlijke virussen van een “gezonde” viruspopulatie kunnen onderscheiden.'

Daarna is de vraag wat zo’n verschuiving betekent. ‘We zijn continu omgeven door allerlei virussen, waarvan maar een klein deel problematisch is. Sommige virussen zijn zelfs nuttig doordat ze schadelijke bacteriën in toom houden. Virussen hebben een regulerende functie in het ecosysteem, en we willen onderzoeken hoe we de gevaarlijke virussen van een “gezonde” viruspopulatie kunnen onderscheiden.’

Koopmans wil de Stevinpremie gebruiken om in deze lijn verder te gaan, in de hoop om methoden te ontwikkelen om nieuwe virusinfectieziekten systematisch op te sporen of zelfs te voorspellen op basis van maatschappelijke veranderingen, klimaatverandering en metagenoomanalyses.

Dit artikel verscheen 8 september in Bionieuws 13