Bionieuws

Mens & Maatschappij

Nieuw bos op geitloos eiland

Voormalig Stinapa-directeur Elsmarie Beukenboom wijst de aangeplante groene struiken aan, die boven de grijze bosschages uitsteken.

De afwezigheid van geiten, menselijk ingrijpen en een hoop geduld. Dat was nodig om op Klein Bonaire weer oorspronkelijke begroeiing terug te krijgen. Elders op Bonaire worden nu ook de geiten aangepakt om bos te laten herstellen.

Wie op het eilandje Klein Bonaire acht jaar na de start van het herbebossingsproject ook echt een bos verwacht, komt bedrogen uit. Grauwe doornstruiken overheersen nog steeds op de droge steenachtige vlakte. Maar Elsmarie Beukenboom glundert bij elke stap die ze zet in het projectgebied op ‘Klein’. De voormalig directeur van Stichting Nationale Parken (Stinapa), besteedde de laatste jaren voor haar pensioen in 2015 volledig aan het project. ‘Nu is het een vreugde voor het oog’, zegt ze wijzend op de groene struiken die nu her en der boven de grijze bosschages uitsteken.

Slavernij
Het eiland werd na afschaffing van de slavernij verkocht aan een particulier. De geiten die er leefden werden in de jaren erna gestroopt, tot er zo’n veertig jaar geleden geen geit meer over was. Het geitloze eiland werd in 1999 opgekocht door het Wereld Natuur Fonds, de Nederlandse overheid en particulieren om er natuurgebied van te maken. Een unieke kans voor herstel van de oorspronkelijke vegetatie, die op de rest van Bonaire nagenoeg was verdwenen door houtkap in de koloniale tijd en vraat van verjonging door geiten.

Documentaire
Struinend door het gebied toont Beukenboom de soorten die zijn aangeplant: witte zadelboom, zeedruif, wayaka, sabalpalm. Veel bomen zijn pan-endemisch, ze komen alleen op Bonaire, Curaçao en Aruba voor. ‘Ik heb de kust van Bonaire als referentie gebruikt’, zegt Beukenboom over haar herbebossingsproject. ‘Er was namelijk geen wetenschappelijke documentatie beschikbaar over wat er op Klein Bonaire gestaan heeft, dus ik kon alleen maar kijken wat er nog in vergelijkbare biotopen stond. Daarbij heb ik vooral gekeken naar soorten die vruchten geven en vogels aantrekken. Die kunnen weer zorgen voor verdere verspreiding van de zaden.’

De meeste bomen zijn nog maar een of twee meter hoog. ‘De meeste bomen groeiden in het begin voor geen meter. Na vele maanden schieten ze ineens de lucht in. Op dat moment heeft de penwortel het grondwater bereikt en kon de energie in de groei gestoken worden. Zo’n plantje van 5 centimeter heeft dan wel een penwortel van 40 centimeter.’

‘Ik heb meerdere keren hulp gehad van de Koninklijke Marine. Die sterke mannen hebben met grote ijzers die keien omgedraaid, waarna we de gaten konden vullen met compost en er een boompje konden planten.'

Geheel vrij van predatie zijn de jonge boompjes trouwens niet. ‘Krabben’, onthult Beukenboom. ‘Kijk, die zeedruif daar heeft de strijd eindelijk gewonnen. Toen hij pas geplant was, werd elke keer als er een nieuw blaadje was gevormd die door een krab eraf gegeten. Nu is hij groot genoeg.’

Beukenboom kreeg veel wetenschappers uit Nederland en de Verenigde Staten op bezoek. ‘Een goed advies van hen dat ik heb opgevolgd is om de bomen dichter bij elkaar te planten, om zo snel mogelijk een echte vegetatielaag te krijgen. Dan concurreren ze elkaar uiteindelijk wel weg, maar ook de bomen die het niet redden dragen in elk geval bij aan de opbouw van een humuslaag. Want dat is het probleem hier, een goede bodem ontbreekt geheel.’

Gek
De nieuwe groeiplaatsen op de stenige bodem moesten in veel gevallen op kunstmatige wijze gecreëerd worden, waarbij alles uit de kast werd getrokken. ‘Als je grote keien optilt, vind je daaronder open grond waar iets kan groeien’, vertelt Beukenboom. ‘Ik heb meerdere keren hulp gehad van de Koninklijke Marine. Die sterke mannen hebben met grote ijzers die keien omgedraaid, waarna we de gaten konden vullen met compost en er een boompje konden planten. Ook hebben ze met een drilboor op sommige plekken gaten gemaakt. Mensen verklaarden me voor gek, maar het heeft wel nieuwe groeiplaatsen opgeleverd waar bomen het nu goed doen.’

Lokken
Inmiddels heeft het project ook navolging gekregen op het ‘vaste land’ van Bonaire. Daar zijn weliswaar meer oude bomen overgebleven, maar de geiten vormen er nog steeds een probleem. Papegaaienorganisatie Echo is herbebossingsprojecten gestart in kleine exclosures. Stinapa wil op grotere schaal spontane bosvorming een kans geven door alle geiten uit de helft van Washington Slagbaai National Park weg te krijgen. Een lastige en gevoelige klus, vertelt bioloog Caren Eckrich van Stinapa. ‘We proberen verschillende methoden. Het uitdrijven van de geiten en het lokken in vallen met water. Er zullen echter altijd enkele exemplaren in de afgezette stukken overblijven. Als je die niet weghaalt, verdubbelt het aantal zo weer.’

De makkelijkste optie zou vervolgens afschot zijn, maar dat ligt op het eiland gevoelig. Niet zozeer omdat men tegen het doden van dieren is. ‘De gevangen geiten worden ook geslacht, dat is geen probleem. Maar het idee heerst dat geschoten dieren niet meer gegeten kunnen worden, en voedselverspilling ligt nog veel gevoeliger.’

Slachter
Stinapa onderzoekt nu methoden om geschoten dieren te koelen en op tijd bij een slachter te krijgen. Daarna kan het herstel van het park beginnen. ‘Als het lukt om de geiten weg te krijgen, gaan we waarschijnlijk ook bepaalde soorten aanplanten om de bosontwikkeling een kickstart te geven’, aldus Eckrich. ‘Daarna kan de vegetatie zich verder natuurlijk ontwikkelen.’ Maar buiten het park zullen de geiten nog wel even blijven rondlopen, verwacht Beukenboom. ‘Daar gaan generaties overheen. Tot die tijd moeten we het van projecten als Klein Bonaire hebben, de enige plek waar echt geen geit komt.’

Dit artikel verscheen 7 juli in Bionieuws 12