Bionieuws

Mens & Maatschappij

‘Natuurgebieden zijn niet meer veilig’

Han Olff waadt regelmatig door moeras en wad in binnen- en buitenland. Foto: Hacen el-Hacen

‘Het verlies van biodiversiteit is sluipend en het roer moet echt om’, meent ecoloog Han Olff. Hij bestudeert neushoorns, trekvogels, mosselbanken en nog veel meer, in zijn zoektocht naar de algemene regels van ecosystemen.

Aan de muur van zijn werkkamer in de Linnaeusborg, het onderkomen van de Groningse biologen, hangen fotocollages uit het veld. Of liever gezegd: uit een groot aantal verschillende velden. Hoogleraar ecologie Han Olff werkt op de savannes van Oost-Afrika, het Wad in West-Afrika en Nederland, maar ook moerassen als de Oostvaarderplassen en Markerwadden hebben zijn aandacht. ‘Ik ben op zoek naar de grote patronen in de wisselwerking tussen soorten en van die soorten met hun leefomgeving’, legt Olff uit. ‘Dat doe ik in verschillende ecosystemen en probeer zo de wetmatigheden te ontdekken.’ Biologen zijn vaak gespecialiseerd in één ecosysteem of soort waar ze alles van afweten. ‘Meestal beschouwen ze dat systeem dan als iets unieks, met unieke regels. Dat is raar. Een natuurkundige maakt toch ook geen aparte zwaartekrachtwetten voor appels en stenen?’

Mosselpoep
Op 13 februari zet Olff als hoofdspreker tijdens de Netherlands Annual Ecology Meeting in Lunteren het belang van zijn ‘meerlagige netwerken’-benadering uiteen. En vanuit die brede benadering schrijft hij mee aan het Deltaplan Biodiversiteitsherstel dat deze zomer moet verschijnen. Olff benadert de natuur als een meerlagig interactienetwerk. Het voedselweb is maar een van de interacties. Organismen zijn op veel meer manieren aan elkaar en hun omgeving verbonden. ‘Een grote grazer eet planten, kevers breken de mest van de grazer af. Grazers als de neushoorns stampen de grond flink aan, wat invloed heeft op de plantengroei. En ze creëren latrines van wel 6 meter doorsnede. Dat lijkt weer op een mosselbank, eigenlijk ook een grote latrine vol mosselpoep.’

'Het landschap wordt steeds eenvormiger, de kenmerkende soorten verdwijnen.'

Waddensleutels
Deze andere manier van kijken is ook belangrijk voor het natuurbeheer, meent Olff. Hij neemt de Waddenzee als voorbeeld. ‘We hebben daar de afgelopen tien jaar veel werk gedaan in het kader van het project Waddensleutels. Toen we begonnen hield Natuurmonumenten zich alleen bezig met de duinen en kwelders, helemaal niet met het wad: dat was van Rijkswaterstaat.’ Maar wad en kust beïnvloeden elkaar, soorten beperken zich niet tot één locatie. ‘Inmiddels is duidelijk dat er een integrale visie voor het gebied nodig is. Natuurmonumenten houdt zich nu ook bezig met het wad en in het nieuwe regeerakkoord staat dat er één natuurbeheerder voor het hele gebied moet komen.’

Eenvormiger
Die integrale blik is volgens Olff hard nodig, want de biodiversiteit holt in Nederland achteruit. ‘Dat zien al mijn collega’s terug in hun onderzoeksgegevens. Het landschap wordt steeds eenvormiger, de kenmerkende soorten verdwijnen, alleen de algemene soorten doen het nog goed.’ Grutto, veldleeuwerik en graspieper verdwijnen, kraai en meeuw nemen het over. Orchideeën en valkruid maken plaats voor engels raaigras.

Sluipend
‘Het verlies van biodiversiteit is sluipend. Maar het roer moet echt om. Samen met een aantal collega-ecologen heb ik daarom het initiatief genomen voor een Deltaplan Biodiversiteitsherstel.’ Een groot deel van het probleem is de landbouw, stelt Olff. ‘Nederland is de tweede voedselexporteur ter wereld. We produceren ongelooflijk veel en efficiënt. Maar dat heeft zijn prijs. De intensieve landbouw heeft een groot effect op de omgeving. Dat is één van de redenen waarom de natuur zelfs in beschermde natuurgebieden niet veilig is.’

'Ook Europa vindt nu dat de landbouw gewoon een bedrijfstak is.'

Op de schop

Uniek is dat de ecologen in dit geval niet tegenover de boeren staan, maar dat ze samen optrekken. Het Deltaplan wordt mede ontwikkeld met Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland, boerencoöperatie Agrifirm, en bedrijven als FrieslandCampina, Unilever en de Rabobank. ‘Dat komt ook doordat het gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid op de schop gaat’, signaleert Olff. Decennialang kregen boeren subsidie op basis van productie, in het kader van de voedselzekerheid voor Europa. Later veranderde dat naar subsidie per hectare. ‘Maar ook Europa vindt nu dat de landbouw gewoon een bedrijfstak is. In de toekomst zal subsidie vooral nog gaan naar boeren die landschap en natuur bevorderen.’

Meebetalen
De landbouw staat voor een systeemtransitie, vergelijkbaar met de overgang van fossiele brandstof naar duurzame energie. ‘En dat gaat geld kosten. Voor de landbouwsector, de overheid, maar ook de consument zal meebetalen.’ De bereidheid is er, denkt Olff. Boeren zien dat het huidige model van steeds intensiever werken aan z’n eind is: ‘Ze hebben nu al problemen om hun bedrijf rendabel te houden en de opvolging is ook steeds vaker lastig.’

Minder pesticiden
De oplossing is volgens Olff een ‘natuurinclusieve landbouw’. ‘Denk dan aan een bedrijfsmodel waarbij de opbrengst misschien 20 procent lager is, maar de kosten met 30 procent dalen. Dat kan door akkers en hun omgeving bijvoorbeeld zo aan te leggen dat sluipwespen plaaginsecten opruimen. Dan heb je minder pesticiden nodig.’ Een integrale blik op het landschap, niet beperkt tot alleen akkers of alleen natuurgebieden, is dan belangrijk.

Dilemma's
In Lunteren zal Olff zijn ideeën nog eens uiteenzetten. ‘Ik geef een overzicht van werk aan meer-lagige interactienetwerken en de dilemma’s die spelen. Want hoe globaal of gedetailleerd moet je kijken naar de verschillende systemen om zinvolle conclusies te kunnen trekken? Te veel detail en je verdrinkt in de gegevens. Te weinig en je mist belangrijk verbanden.’

Dit artikel verscheen 10 februari in Bionieuws 3.