Bionieuws

Mens & Maatschappij

Mot om Mondriaankwelder

Een artist impression van de Mondriaankwelder. Illustratie: Bruno Doedens - SLeM.org

Natuurliefhebbers en eilanders verzetten zich tegen het kunstproject dat bij Terschelling kweldervorming beoogt te bevorderen.

Op Terschelling is beroering ontstaan over de geplande Mondriaankwelder van kunstproject Sense of Place. Rond twee afkalvende kweldertjes langs de Waddendijk zullen constructies van rijshouten schermen verrijzen in de vorm van het schilderij Pier en Oceaan van Piet Mondriaan. Deze moeten de kweldervorming weer op gang helpen. Rijkswaterstaat zegde begin augustus 800.000 euro financiering toe, waarna hevig verzet ontstond op het eiland, omdat het ontwerp volgens bewoners een uniek stukje natuur aantast. Vogelwacht en Natuurvereniging Terschelling vrezen dat geen wadvogel meer tussen de schotten durft neer te strijken. Een petitie om de gemeente te bewegen het plan tegen te houden, werd bijna 1500 keer getekend.

Ook ecologen trekken de meerwaarde voor natuurontwikkeling in twijfel. ‘Het is een leuk project om natuur en cultuur te laten samenkomen, maar moet je daarvoor op zo'n grote schaal ingrijpen in ons beschermde waddengebied? Erg zonde’, zegt kwelder-expert Bregje van Wesenbeeck van onderzoeksinstituut Deltares. ‘Als je echt iets voor de natuur wilt doen, moet je naar de Waddenzee als systeem kijken en dan is noch de plek noch de methode de meest logische keuze. De manier lijkt op de landaanwinningswerken zoals gebruikt aan de vastelandkust. Het problematische hierbij is de versnelde veroudering van de kwelders, waardoor ze uiteindelijk maar matig waardevol zijn.’


Dieper in zee is het
bijna anderhalve meter,
dan spreek je echt
over schuttingen.

Martin Baptist van Wageningen Marine Research heeft vooral zorgen over aantasting van huidige natuurwaarden. Hij werd in 2014 gevraagd advies te geven en wees toen al op de nadelen van het ontwerp. ‘Omdat het ontwerp eruit moet zien als een Mondriaanschilderij, moet je over een groot oppervlak constructies neerzetten’, zegt Baptist. ‘Niet alleen dicht bij de kwelder, maar ook veel verder de Waddenzee in. In het meest recente ontwerp dat ik gezien heb, staan ze zelfs in laaggelegen wad. Daar heeft zo’n constructie helemaal geen zin. Bovendien steken rijshoutendammen 30 centimeter boven de gemiddelde hoogwaterstand uit. Dieper in zee is het bijna anderhalve meter, dan spreek je echt over schuttingen.’

Kwelderwerk
Wat het werkelijke effect van de constructies op vogels zal zijn, kan Baptist niet zeggen. ‘In ons rapport hebben we veel onzekerheden benoemd die nader onderzocht moesten worden. Maar dat is nooit gedaan. Vaststaat dat het een belangrijk gebied is voor wadvogels. Het is een zogenoemde voorverzamelplaats bij hoogwater. Als je precies daar allemaal structuren gaat neerzetten, kan dat grote invloed hebben.’

Het uiteindelijke ontwerp is wel tot stand gekomen met hulp van ecologen, waaronder Martijn Dorenbosch van ecologisch adviesbureau Waardenburg. Het Mondriaan-patroon heeft volgens hem een ander effect dan traditionele kwelderwerken. ‘In tegenstelling tot normale rijshouten dammen heeft dit ontwerp een heel open structuur, waardoor water meer toegang heeft en er veel meer ruimte is voor dynamiek. Er zullen geultjes ontstaan en er kunnen ook weer stukken kwelder afslaan. Dat zorgt voor een heterogeen landschap, dat mogelijkheden biedt voor diverse vogelsoorten met verschillende voedselstrategieën.’

Wadvogels
Ook is volgens Dorenbosch wel degelijk rekening gehouden met de impact op wadvogels. ‘In de zone waar de meeste vogels zitten, wordt nu niet ingegrepen. Natuurlijk zal er altijd wel iets van verstoring plaatsvinden. Maar vogels wennen er snel aan en ze krijgen er uiteindelijk meer foerageergebied voor terug. Als je op die plek niets doet, zal ook het laatste stukje kwelder wegslaan.’

Als het om natuurwaarden gaat is dit volgens Van Wesenbeeck echter geen argument. ‘Terschelling beschikt over een enorm kweldergebied, de Boschplaat. Het zou veel waardevoller zijn om te investeren in een natuurlijke dynamiek van een dergelijk gebied.’

Dit artikel verscheen in Bionieuws 14 van 2017