Bionieuws

Mens & Maatschappij

Menselijke antistoffen remmen malariaverspreiding

Een vrouwelijke malariamug neemt een bloedmaal met parasieten en menselijke antistoffen. Foto: Fabien Beilhe

De antistoffen van sommige mensen met malaria leggen de voorplanting van Plasmodium in de muggenmaag plat en dwarsbomen zo verspreiding van de parasiet.

Bij één op de vijfentwintig mensen met een malaria-infectie komt een afweerreactie op gang waardoor zij muggen niet meer effectief kunnen besmetten met de malariaparasiet. Dat schrijven onderzoekers van onder andere het Radboudumc 8 februari in Nature Communications. Ook ontrafelen ze de antistoffen die hierbij betrokken zijn. De ontdekking kan leiden tot een vaccin dat verspreiding van malaria aan banden kan leggen.

Extreem besmettelijk
‘Iemand die de Plasmodium-parasiet bij zich draagt, infecteert via muggen gemiddeld 104 andere personen’, vertelt laatste auteur Teun Bousema. ‘Dat is echt ongelooflijk veel; iemand met griep steekt gemiddeld twee mensen aan en iemand met de uiterst besmettelijke mazelen ongeveer 17 mensen. Zonder behandeling dragen mensen soms wel acht maanden de malariaparasiet bij zich en ook zonder ziekteverschijnselen geef je die gewoon door aan muggen. Het behoeft geen uitleg dat het indammen van de malariatransmissie van mens naar mug en vice versa een belangrijk onderwerp is binnen malariaonderzoek.’

Dwarbomen
Het was al bekend dat een klein deel van de mensen van nature deze transmissies kunnen dwarsbomen. Door een malaria-infectie maken zij antistoffen aan die na een bloedmaal in de muggenmaag terecht komen en daar de geslachtelijke voorplanting van de Plasmodium-parasiet blokkeren. Het is een ongebruikelijke vorm van immuniteit, waarbij de menselijke gastheer zelf geen baat heeft maar wel besmettingen bij andere mensen voorkomt. Alhoewel Bousema en zijn collega’s al langer antistoffen tegen de twee parasieteiwitten Pfs 45/48 en 230 in het vizier hebben die hiervoor mogelijk verantwoordelijk zijn, was er nooit sluitend bewijs voor een causaal verband.

‘Dit is het eerste directe bewijs dat menselijke antistoffen tegen eiwitten van de malariaparasiet verspreiding van malaria kunnen voorkomen.'

Daartoe filterden ze de antistoffen tegen de parasieteiwitten uit het plasma van malariapatiënten met deze immuniteit, voegden de antistoffen toe aan een bloedmaal met Plasmodium en lieten Anopheles-muggen het opzuigen. Transmissie werd inderdaad geblokkeerd. Bousema: ‘Dit is het eerste directe bewijs dat menselijke antistoffen tegen eiwitten van de malariaparasiet verspreiding van malaria kunnen voorkomen. Maar we hadden ook het vermoeden dat dit maar een deel van het verhaal is. Daarom heeft mijn promovendus en eerste auteur van deze studie Will Stone ook de afweerreactie van mensen tegen meer dan driehonderd andere malaria-eiwitten onderzocht. Hieruit kwam een redelijk compleet immuunprofiel waaruit bleek dat proefpersonen tegen 43 van de eiwitten antistoffen aanmaken die malariaverspreiding kunnen remmen. Of ze allemaal net zo belangrijk zijn als Pfs 45/48 en 230 moet nog blijken, maar uit ons onderzoek in het veld blijkt al dat mensen met deze nieuw gevonden antistoffen tienmaal minder besmettelijk zijn voor muggen.’

Uniek resultaat
Malariaonderzoeker Shahid Khan van het Leids Universitair Medisch Centrum prijst de studie, met name om zijn omvang en internationale karakter: ‘Bousema en collega’s hebben honderden monsters uit het veld weten te verzamelen van mensen die antistoffen maken die de levenscyclus van Plasmodium blokkeren. Dat is echt indrukwekkend. En met deze berg gegevens laten ze zien welke antistoffen daarvoor verantwoordelijk zijn, een uniek resultaat. Een logische vervolgstap is om de meest belangrijke antigenen te identificeren voor verwerking in een vaccin.’

Blauwe urine
Haast gelijktijdig met deze studie doet Bousema in The Lancet Infectious Diseases van 6 februari nog een methode uit de doeken om malariatransmissie te remmen: het toevoegen van de kleurstof methyleenblauw aan reeds bestaande medicijntherapieën. De toevoeging zorgt ervoor dat patiënten binnen 48 uur niet meer besmettelijk zijn voor muggen, tegen meer dan een week bij patiënten die geen methyleenblauw krijgen. ‘Het heeft alleen één onpraktische bijwerking, je urine wordt er blauw van’, vertelt Bousema. ‘Dat moeten we wel oplossen, want het kan mensen weerhouden methyleenblauw te gebruiken.’

Dit artikel verscheen in Bionieuws 3 van 10 februari 2018.