Bionieuws

Column

Lacunes

Een malaiseval in een van de onderzochte Duitse natuurgebieden ingesloten in een agrarisch landschap. Foto: Entomologischer Verein Krefeld

‘Bij de zangvogels is in dertig jaar een vervroeging van de vliegtijd van ongeveer acht dagen opgetreden.’ Zo lees ik op de website van het Netwerk Ecologische Monitoring. Ik heb geen idee wat ze precies bedoelen, maar uit het grafiekje dat erbij staat kun je opmaken dat de eilegdatum van zangvogels tussen 1986 en 2015 met zo’n acht dagen is vervroegd. Volgens de link naar het Compendium voor de Leefomgeving is dit mogelijk het gevolg van het vroegere optreden van insecten, zoals van vlinders en hun rupsen. En dit is dan waarschijnlijk weer het gevolg van het warmer worden van het voorjaar. Eerder een ei leggen betekent eerder uitvliegen en dat verklaart dus de ‘vervroeging van de vliegtijd’.

Alleen in Nederland – en misschien Engeland – kun je zulke berichten verwachten, want we beschikken als geen ander land over bergen aan natuurgegevens. Feitjes en cijfers over allerlei soorten die veelal gratis worden ingewonnen door vrijwillige vogelaars, vlindervrienden en vegetatiekenners. We hadden zelfs ooit een Gegevensautoriteit Natuur en hebben ondanks de versnippering van het natuurbeleid over de provincies nog steeds de Nationale Databank Flora en Fauna.

We beschikken als geen ander land
over bergen aan natuurgegevens

Hoe kan het dat een land dat zo voorop loopt in het tellen en meten van de flora en fauna, niet in de gaten had dat de insectenpopulaties wegkwijnden? Er was nota bene een wake up call van de Entomologischer Verein Krefeld en een kleine mediahype voor nodig om de insectensterfte tussen de oren te krijgen (zie peiling: Hoe zeker is de insectensterfte?). Inmiddels is ook het landbouwministerie helemaal wakker en mochten Wageningse ecologen en statistici een rapport maken met de veelbetekenende titel Achteruitgang insectenpopulaties in Nederland: trends, oorzaken en kennislacunes.

Lacunes zijn er genoeg, zo blijkt uit het rapport: ‘We weten feitelijk niet precies hoe slecht het met insecten in Nederland gaat’, ‘Verreweg het meeste onderzoek is voor het vaststellen van insectentrends in Nederland niet tot nauwelijks interessant’, ‘er is weinig tot geen monitoring in agrarische gebieden’ en ‘er moeten een aantal belangrijke kennishiaten worden gevuld’. De landbouwminister lijkt die lacunes nu ook te erkennen en geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan dat ze onder meer wil werken aan het ‘opzetten van een monitorprogramma’ en ‘kennis genereren over de samenstelling van insectengemeenschappen’.

Het is bijna wrang dat een van de weinige betrouwbare trendstudies aan insecten, die Natuurmonumenten afgelopen week presenteerde, afkomstig is van het loopkeveronderzoek van het voormalig Biologisch Station Wijster. Een veldstation dat zich sinds de oprichting in 1927 ontwikkelde tot een internationaal loopkeverparadijs… tot het twintig jaar geleden dankzij bezuinigingen van het landbouwministerie werd opgedoekt. Lacunes in kennis zijn vaak het gebrek aan een lange adem.

Deze column verscheen in Bionieuws 9 van 19 mei 2018.