Bionieuws

Mens & Maatschappij

‘Kweekhommels verspreiden ziektes wereldwijd’

Dave Goulson: 'Je helpt de natuur op geen enkele manier door hommelnesten te kopen.' Foto: University of Sussex

De Britse hommelhoogleraar Dave Goulson is meer dan wetenschapper. Hij is ook een activist die de wereld wil wakker schudden om te voorkomen dat er nog meer bijen uitsterven.

'Stop messing things up!' Dat is de boodschap die de Britse hoogleraar Dave Goulsen wil meegeven aan bezoekers van het symposium Bijen, Bermen en Biodiversiteit op 9 juni in Frederiksoord. Goulson is een paar dagen in Nederland om lezingen te geven en zijn nieuwste boek De vlucht van de hommel te promoten. Voor een volle zaal spreekt de hommelprofessor zijn zorgen uit over het in rap tempo verdwijnen van allerlei soorten, maar hij is vooral bezorgd over bijen, die geplaagd worden door een scala aan problemen van verlies aan habitat tot insecticiden. Voor al die problemen is de mens verantwoordelijk, vindt Goulson.

Furieus
Wat Goulson onder andere furieus maakt is het menselijk geklooi met hommels. Nederland en België zijn wereldleiders op het gebied van de export van zogenaamde kweekhommels: aardhommels die als nest in een doos te koop zijn. De dieren zijn als bestuivers vooral populair bij tomatenkwekers, omdat honingbijen niet in staat zijn om de bloemen van tomaten te bestuiven, maar aardhommels des te beter. Sinds vorig jaar worden de aardhommelnesten ook aangeboden aan tuinliefhebbers. ‘Help de bijen in je tuin’ staat boven een advertentiefolder van een tuincentrum waar kweekhommels te koop zijn. Goulson vindt het onbegrijpelijk. ‘Het is afzetterij. Je helpt de natuur op geen enkele manier door hommelnesten te kopen die uit een fabriek komen. We hebben in Europa geen tekort aan aardhommels, ze zijn overal. Door zo’n hommelnest te kopen haal je waarschijnlijk een aantal nare bijenziekte je tuin binnen, die mogelijk de lokale bijen besmetten. Waarom zou iemand dat willen?’

'Als je een methode zou proberen te verzinnen om bijenziektes over de planeet te verspreiden, zou je geen betere kunnen bedenken.’

Ziekteverwekkers
Van nature hebben hommels last van allerlei ziekteverwekkers. Virussen, bacteriën en schimmels reizen met ze mee als ze de fabriek verlaten om elders in de wereld ingezet te worden als bestuivers. Goulson wijst erop dat de kweekhommels aan extra veel ziekteverwekkers worden blootgesteld via de voeding die ze krijgen, namelijk stuifmeel dat afkomstig is uit de kasten van honingbijen. Het gaat om duizenden kilo’s die gekocht worden van bijenhouders uit alle hoeken van Europa. ‘Omdat ze zo ontzettend veel stuifmeel nodig hebben, kunnen ze niet te kieskeurig zijn. Een deel van het stuifmeel komt uit Oost-Europa waar ze minder strenge regelgeving hebben op het gebied van bijengezondheid. Dus ze verzamelen stuifmeel van honingbijen die besmet zijn met allerlei ziekten en voeren dat aan de fabrieksbijen, die zo ook geïnfecteerd raken. En vervolgens stuur je die hommels de hele wereld over. Als je een methode zou proberen te verzinnen om bijenziektes over de planeet te verspreiden, zou je geen betere kunnen bedenken.’

Problemen
Als dezelfde aardhommels ook nog eens losgelaten worden in een gebied waar ze van nature niet voorkomen, dan ontstaan er pas echt grote problemen, zegt Goulsen. En dat is precies wat er in 1998 in Chili gebeurde: aardhommels werden uit Europa geïmporteerd. ‘Ze hadden al inheemse hommels in Chili, dus ik snap niet waarom ze dachten dat ze ook nog Europese hommels nodig hadden. Het is zo frustrerend! In 1998 wisten we al wat we nu weten over catastrofes veroorzaakt door invasieve exoten. It’s not rocket science! Ze hebben ze bewust losgelaten. Ze hebben ze niet in quarantaine gedaan. Ze hebben ze niet gecontroleerd op ziekten. Ze hebben de hommelnesten gewoon buiten gezet en weg waren ze.’ Goulson probeerde uit te vinden van welk hommelteeltbedrijf Chili de Europese hommels kocht. Die informatie bleek niet openbaar te zijn.

Rouwdouwer
In zijn boek De vlucht van de hommel omschrijft Goulson de aardhommel als een rouwdouwer die in bijna elke omgeving kan overleven. Ook in Chili voelde deze hommel zich al snel thuis. ‘Ze hebben zich zeer snel verspreid, ongeveer 200 kilometer per jaar. Zover we weten is er maar één generatie per jaar, wat betekent dat individuele koninginnen wel 200 kilometer vliegen van waar ze zijn geboren tot waar ze hun nest bouwen. Een idiote afstand voor een bijtje.’ Acht jaar nadat ze in Chili waren geïntroduceerd, vlogen er al aardhommels in Argentinië rond. Goulson: ‘En wat verontrustend is, is dat we niet weten hoeveel verder ze nog zullen gaan. Er zijn vierentwintig inheemse hommelsoorten in Zuid-Amerika. We weten nog niet hoe die inheemse soorten gaan reageren op Europese ziekten.’

Gouden muizen
Wat al wel duidelijk is: in ieder geval één inheemse soort delft het onderspit. Het betreft de Bombus dahlbomii, de grootste hommelsoort ter wereld. De koninginnen zijn zo groot dat ze liefkozend vliegende, gouden muizen worden genoemd. Voor de invasie van de Europese hommels was deze hommel een algemene soort in Zuid-Amerika. Tegenwoordig wordt Bombus dahlbomii met uitsterven bedreigd. De verwoede pogingen van Goulson in 2012 om het dier te vinden in Argentinië, waren tevergeefs.