Bionieuws

Ecologie & Evolutie

Kier-compromis zet steur voor bijna dichte deur

Verbeelding van de beoogde steurmigratie van de Noordzee naar de Europese rivieren. llustratie Jeroen Helmer / ARK Natuurontwikkeling

De Haringvlietsluizen gaan vanaf 5 september op een kier. Eindelijk kunnen vissen dan weer heen en weer tussen de rivieren en de Noordzee trekken. Maar ideaal is het niet.

‘Kijk’, zegt Martin Stoutjesdijk, sluisbeheerder bij Rijkswaterstaat, als hij door een tunnel onder de Haringvlietdam is gelopen. ‘Nu kun je hem goed van dichtbij zien’. Een enorme sluisdeur verschijnt. Aan de onderkant stroomt zoet Haringvlietwater de zee in. Net als onder de andere zestien stalen schuiven verderop. Nog even en dan zal zeewater via deze stalen schuiven de tegengestelde richting op gaan, en het Haringvliet binnen stromen. Want vanaf 5 september gaat de Haringvlietdam op een ‘kier’, voor het eerst sinds 1971 toen het Haringvliet omwille van de veiligheid met een harde knip werd afgesloten van de zee. Het is een belangrijk moment waarvoor op de World Fish Migration Day van 21 april uitgebreid aandacht is rondom de Haringvlietdam. Straks is visverkeer tussen de belangrijkste rivieren van Europa en de Noordzee weer mogelijk.

Haringvlietdam, gezien vanaf de zoete kant, met twee geopende en twee gesloten deuren. Foto: Quistnix

‘Haring die zich elk jaar met honderdduizenden voor de zeventien sluisdeuren verzamelt, kan dan weer deze voormalige zeearm in trekken’, zegt Niels Brevé, beleidsmedewerker bij Sportvisserij Nederland, terwijl hij bij de sluisdeuren uitkijkt op de Noordzee. ‘En met de haring ook de vijftien andere vissoorten die vroeger heen en weer trokken tussen de Rijn, de Maas en de Noordzee zoals paling, zalm, fint, elft, zeeforel en sprot. We gaan er zelfs voor zorgen dat de steur hier weer terugkeert’. Met ‘we’ bedoelt Brevé de zes natuurorganisaties die in het Droomfondsproject Haringvliet samenwerken om de natuur in en rondom het Haringvliet weer tot leven te wekken (zie kaders). Het Haringvliet zal weer een brakwaterzone bevatten, waar jonge haring, spiering en sprot op kunnen groeien, waar vissen heen en weer trekken om de zee of de rivier op te gaan, waar vele vogels zoals sterns, visdiefjes en visarenden zich te goed zullen doen aan de vis en waar recreanten kunnen genieten van de deltanatuur. ‘Het Haringvliet wordt weer een parel om trots op te zijn’, zo schrijven de zes natuurorganisaties op hun site.

Compromis
Toch is het de vraag hoeveel de kier werkelijk zal opleveren. Vooral voor de migrerende vis. De kier is namelijk een stevig compromis. Veel bewoners en boeren van de omliggende gebieden Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee hebben het zout worden van de Haringvliet nooit echt zien zitten. De boeren halen zoet water uit het Haringvliet om hun akker te bevloeien, de waterleidingmaatschappij Evides gebruikt het zoete water voor de productie van drinkwater. Na jaren onderhandelen en onder stevige internationale druk zal de kier er dan toch komen. Maar met de harde afspraak dat het Haringvliet halverwege – vanaf de lijn Middelharnis-Spui – zoet wordt. Voor de boeren en de productie van drinkwater. Dat zout-zoetcompromis binnen het Haringvliet heeft nogal wat consequenties. Niet alleen zijn er de afgelopen jaren voor 70 miljoen euro aan ‘compenserende maatregelen’ genomen, zoals de verplaatsing van de zoetwaterinlaten en het maken van kilometerslange zoetwaterkanalen op Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee om het zoete water bij de boeren en de zuiveringsinstallaties van Evides te laten komen.

‘Zolang er genoeg rivierafvoer is
in het najaar, gaat dit project lukken’
- Niels Brevé


Ook betekent het dat Rijkswaterstaat niet zomaar zout water naar binnen kan laten instromen, maar de hoeveelheid heel precies moet uitkienen zodat het zoutgehalte op de grens Middelharnis-Spui exact nul is. En die hoeveelheid is afhankelijk van het zoete water dat dagelijks vanuit de rivieren binnenstroomt. Als er veel zoet water aankomt, kan er ook veel zout naar binnen. Maar als er weinig zoet water binnenstroomt, vaak in de maanden september en oktober, moeten de sluisdeuren verder dicht en in het ergste geval op slot, misschien wel tot negentig dagen. Rijkswaterstaat zal het Haringvliet dan helemaal ‘zoet spoelen’ om te voorkomen dat het zoute water toch over de grens Middelharnis komt. Uit historische gegevens blijkt dat juist op dat moment de volwassen zalm en steur naar binnen willen, zegt Brevé, projectleider Monitoring van Vissen en Vogels binnen het Droomfondsproject Haringvliet. ‘En we weten niet wat er dan gebeurt met de planten en andere dieren die in de brakwaterbel van het Haringvliet leven. Je kunt er donder op zeggen dat het voor de ecologie niet fijn is. Er zijn maar weinig soorten die de omslag van honderd procent zout naar honderd procent zoet kunnen maken, zeker niet als het snel gaat.’ Brevé hoopt er maar het beste van. ‘Zolang er genoeg rivierafvoer is in het najaar, gaat dit project lukken’, zegt hij bijna bezwerend. In opdracht van Droomfondsproject Haringvliet maakte Wageningen Marine Research een half jaar geleden een prognose van de visstand in en rond het Haringvliet.

Trekvissen
Belangrijkste conclusie is dat de kier zal bijdragen aan verbeterde intrek van trekvissen zoals zalm, steur, fint, schieraal, zeeforel, rivier- en beekprik, maar dat voor zalm, steur en fint meer nodig is voor herstel, zoals goede paai- en opgroeigebieden op de rivier. Voorspellingen over toekomstige aantallen maakt Wageningen Marine Research niet. ‘Dat is onmogelijk en zou heel onverstandig zijn’, zegt Brevé. ‘De Haringvlietdam is weliswaar een belangrijke barrière, maar slechts een van de factoren die bepalen of een soort zich weer herstelt. Het stromingsgebied van de Rijn is niet bepaald natuurlijk meer. Er varen gigantische schepen en grote delen van de rivier zijn rechtgetrokken. We moeten zien hoe dat allemaal uitwerkt op de toekomstige visstand.’
Absurd Met het Masterplan Trekvissen Rijn van de Internationale Commissie voor Bescherming van de Rijn (ICBR) wordt daarin overigens al jaren aan gewerkt. In 2027 zal 600 miljoen euro zijn geïnvesteerd om paaigronden te herstellen, vispassages in dammen te creëren en de in de Rijn uitgestorven Atlantische zalm weer opnieuw op te kweken en uit te zetten. Wat Brevé momenteel bijzonder stoort, is dat over een andere belangrijke hindernis voor de trekvissen – de netten van de beroepsvissers – tot op heden nog geen enkele duidelijkheid is. Hij wijst naar de kotter die vlak voor de sluisdeuren al uren lang met sleepnetten aan het vissen is. ‘Het is in mijn ogen te absurd voor woorden dat als je 70 miljoen investeert in de Haringvlietdam en nog eens 600 miljoen in Rijnherstel, je als overheid dan toch zo’n kotter vlak achter de sluisdeuren heen en weer laat gaan.’

‘Al die visserijactiviteiten verstoren
de zeldzame trekvissen; ze worden weggejaagd
op de plek die cruciaal voor ze is’


Naar schatting zijn er in totaal zo’n twintig tot dertig garnalenkotters en staandwantvissers –
zij vissen met staande netten – actief aan de zeezijde van de Haringvlietdam. ‘En dat gebied is de Voordelta, een Natura2000-gebied waar bescherming van trekvissen voorop zou moeten staan’, aldus Brevé. Hij wijst ook op de fuiken aan weerszijden van de Haringvlietdam. Ook die vangen vissen die het Haringvliet in willen of net zijn uitgezwommen. ‘Al die visserijactiviteiten verstoren de zeldzame trekvissen; ze worden weggejaagd op de plek die cruciaal voor ze is, de monding van de Rijn en Maas’, aldus Brevé. Monique van de Water, senior adviseur zout- en zoetwater bij het Wereld Natuur Fonds en projectleider Visserij binnen het Droomfondsproject Haringvliet zegt dat er momenteel wel een gesprek gaande is met de vissers en alle andere stakeholders, zoals de betrokken ministeries. ‘We zoeken naar een win-winsituatie en hebben net de eerste bijeenkomst gehad.’ Ze heeft de hoop dat er voor 5 september een afspraak met de vissers op tafel ligt. Tot op het laatste moment zal het dus spannend zijn wat rondom de Haringvlietdam gaat gebeuren, voor diegenen die werken aan herstel en zeker ook voor de bewoners uit de omgeving. Sluisbeheerder Stoutjesdijk van Rijkswaterstaat: ‘Van de week kwam er per ongeluk een klein beetje zout water het Haringvliet binnen, omdat we aan de stalen schuiven aan het sleutelen waren. Gelijk stond de telefoon hier roodgloeiend.’


Kader: Terugkeer van de zalm en steur

Zwemmende zalmen. Foto: Gilbert van Ryckevorsel, expositie Swim Fish Swim, Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

De Atlantische zalm en de Europese steur zijn de iconen onder de trekvissen, maar stierven halverwege de vorige eeuw uit in Nederland. Door overbevissing, vervuiling, dammen in de rivieren en het verdwijnen van paaigebieden. Aan de terugkeer van de zalm wordt al jaren bovenstrooms gewerkt binnen het Masterplan Trekvissen Rijn. Nakomelingen van de Zweedse zalm zijn opgekweekt en opnieuw uitgezet in een zijtak van de Duitse Rijn. Met succes: steeds vaker keren volwassen zalmen vanuit zee terug om stroomopwaarts te paaien. Ook voor de steur hopen Wereld Natuur Fonds, Ark Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland op zo’n toekomst. Ze zetten alles op alles om deze stoere vis die groot (tot 3 meter) en oud (50 jaar) kan worden, weer te herintroduceren in de Rijn. Deze trekvis komt alleen nog voor in Frankrijk, in het wild en in speciale kwekerijen. In 2012 en 2015 zetten de drie organisaties tientallen Franse steuren met zenders uit in de Nederlandse rivieren. Onder andere om te onderzoeken of ze in de Rijn zouden kunnen overleven en de Noordzee stroomafwaarts kunnen bereiken. Dat blijkt inderdaad het geval. Een deel bevindt zich nu op zee en de hoop is dat deze steuren binnenkort terugkeren naar de Rijn. Dit jaar wilden de organisaties opnieuw jonge steuren in Nederland uitzetten. Maar door kweekproblemen in Frankrijk kon dat niet. Naar verwachting zijn er in 2020 voldoende nieuwe steuren om in de Rijn los te laten.


Kader: Droomfondsproject Haringvliet

Verbeelding van het Droomproject Haringvliet. Illustratie: Stroming

In het Droomfondsproject Haringvliet werken Wereld Natuur Fonds, Vogelbescherming, Natuurmonumenten, Ark Natuurontwikkeling, Staatsbosbeheer en Sportvisserij Nederland samen om de natuur in en rondom het Haringvliet te herstellen en aantrekkelijk te maken voor bezoekers. Ze kregen hiervoor 13,5 miljoen euro van de Nationale Postcode Loterij. Dat is verdeeld over zes deelprojecten: natuurontwikkeling, recreatie, herstel van schelpdierbanken in de voordelta, herintroductie van de steur, visserij, en monitoring van vissen en vogels. Ook de provincie Zuid-Holland, Gemeente Goeree-Overflakkee, de coalitiepartners en Rijkswaterstaat legden geld bij. Zo wordt van 70 hectare landbouwgebied aan de zuidzijde weer natuur gemaakt, worden oevers aan de noordzijde minder steil gemaakt en komt er een woonbouwproject de Tweede Bekading bij Middelharnis waar bewoners zelf zorg gaan dragen voor de natuur.

Over de kier in de Haringvliegdam is zo'n 25 jaar gesteggeld, zie onder meer:


Dit artikel verscheen in Bionieuws 7 van 7 april 2018.