Bionieuws

Plant & Dier

Kans op erfenis verklaart hulpgedrag

Ook bij het in Australië voorkomende purperkruinelfje is het erven van een territorium van belang voor het helpgedrag van helpers. Credit: Niki Teunissen.

Niet-verwante broedvogels zorgen voor elkaars kroost wanneer zij kans maken het waardevolle territorium op termijn te erven. Tot die conclusie komt de Groningse ecoloog Sjouke Kingma 23 oktober in Nature Communications na een meta-analyse van coöperatieve broedzorg bij 44 vogelsoorten. Hij toont daarmee voor het eerst empirisch aan dat vogels elkaar niet alleen helpen bij de opvoeding van de jongen wanneer het een direct familielid betreft, maar ook wanneer er sprake is van uitgesteld eigenbelang.

Familieleden
Ongeveer 10 procent van alle vogelsoorten stelt zijn eigen voortplanting uit en helpt soortgenoten bij het opvoeden van de kinderen. De afgelopen decennia was de gangbare theorie dat vogels dit alleen doen wanneer het om familieleden gaat: helpers geven zo indirect toch een deel van hun genen door aan de volgende generatie. Maar uit een studie in Science uit 2003 blijkt dat slechts 10 procent van het hulpgedrag bij vogels verklaart kan worden met deze zogeheten kinselectie.

Erfenis
Uit de studie van Kingma blijkt nu dat er in coöperatieve broedsystemen soms iets heel anders aan de hand is. ‘Bij veel coöperatieve broedvogels is een gebied compleet verzadigd met territoria’, aldus Kingma. ‘In elke territorium is één dominant broedpaar aanwezig dat zich voortplant en de rest helpt bij de opvoeding. Er blijkt in zo’n systeem sprake te zijn van een strikte hiërarchie: wanneer een dominante broedvogel sterft, neemt de oudste helper de leiding over en erft het territorium. Tegelijkertijd heeft de nieuwe baas al die tijd geholpen bij de opvoeding van zijn eigen toekomstige helpers; een zichzelf in standhoudend systeem.’

Overschat
Helpers zijn lang niet altijd aan elkaar verwant, blijkt uit de studie van Kingma. Jonge vogels verlaten regelmatig hun familie om zich te voegen in een territorium waar ze minder lang hoeven te wachten om de boel over te nemen. Met zijn meta-analyse toont Kingma aan dat het vooruitzicht van een erfenis bijna de helft van het verschil in hulpgedrag tussen soorten verklaart. ‘Kinselectie is lange tijd overschat’, aldus Kingma, ‘en daar heb ik nu het empirisch bewijs voor. Ecologen in dit vakgebied moeten dus echt anders gaan denken over altruïstisch vogelgedrag. Een belangrijke volgende stap is achterhalen hoe de hiërarchie in een territorium precies tot stand komt.’