Bionieuws

Mens & Maatschappij

In vogelvlucht door jungle van beton

In De Wilde Stad bezoeken reigers trouw dezelfde viskraam op de Albert Cuypmarkt. Foto © Frans Lemmens

Recensie

'Pas nou op moeder!´ Meerkoetmoeder probeert haar kroost streng in de gaten te houden, maar heeft geen oog voor de jonge waaghals die stoutmoedig de gracht oversteekt. Een meeuw draait snel richting zijn doelwit, schiet in een duikvlucht naar beneden en... ´Tja, dat krijg je er nou van als je niet oplet.´ Dit nuchtere commentaar, ingesproken met een vleugje Amsterdams, is kenmerkend voor natuurfilm De Wilde Stad. De vrolijke doch wat luchtige film raast in vogelvlucht langs parken, gevels en grachten van Amsterdam, het decor voor de vele dieren die zich hebben gevestigd in dit relatief nieuwe ecosysteem.

Stoer knuffeldier
De grote ster van de film is doorgewinterde stadskater Abatutu. Als protagonist neemt hij de kijker mee zijn stad in en laat hij dingen zien die de mens in het dagelijks leven ontgaat. Zoals de Amsterdammer Johan Cruijff ooit zei: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’ Een muis die meereist met de vuilniswagen, een mug die uit zijn pop kruipt, een reiger die trouw dezelfde viskraam bezoekt; stuk voor stuk zijn ze prachtig vastgelegd. Kater Abatutu slentert stoïcijns door drukke mensenmassa’s heen en geeft geen kick, zelfs niet wanneer het stoere knuffeldier oog in oog komt te staan met de invasieve Amerikaanse rivierkreeft. Abatutu is speels, fotogeniek en een tikkie arrogant, wat de charme van dit natuurtalent alleen maar ten goede komt.

Surrealistisch
Indrukwekkend zijn de onderwaterscènes, die onder andere onthullen dat het er bij de padden ´s zomers niet altijd even gezellig aan toe gaat. Nog imposanter zijn de Amerikaanse rivierkreeften die zich schuilhouden onder roestige fietswrakken op de bodem van de gracht. Het levert een haast surrealistisch tafereel, al helemaal wanneer opeens een stalen robotarm hun huis vastgrijpt en het water uittilt. Hoewel De Wilde Stad met beeldmateriaal de diepte in duikt, blijft hij redelijk aan het oppervlak qua informatiewaarde. Enkele exotische soorten worden belicht, soms komt naar voren hoe dieren zich op ingenieuze wijze hebben aangepast aan het stadshabitat.

De betovering wordt alleen telkens ruw verbroken door een voortdurende afwisseling van contrasterende stemmingen.

‘Laat je verwonderen’ is de aanlokkelijk belofte waarmee de filmtrailer adverteert. Regisseur Mark Verkerk is hier zeker in geslaagd met zijn eerdere film De Nieuwe Wildernis (2013), die bijna 700.000 bioscoopbezoekers trok. Ook vervolgfilm Holland – Natuur in de Delta (2015) werd – hoewel minder geprezen dan zijn voorganger – warm ontvangen. Voor de derde film is opnieuw groots uitgepakt: hij wordt gepresenteerd met een compleet onderwijsprogramma, een prachtig fotoboek en zelfs een eigen bier (da’s geen kattepis). Maar wie weg wilt dromen bij romantische beelden à la David Attenborough en meeslepende orkestmuziek, is met De Wilde Stad aan het verkeerde adres. Het is niet zozeer dat de poëtische scènes met vogelzwermen bij zonsondergang en ‘iepensneeuw’ aan de gracht ontbreken. De betovering wordt alleen telkens ruw verbroken door een voortdurende afwisseling van contrasterende stemmingen. De insteek lijkt vooral een familiefilm, met rapmuziek om jonge kijkers aan te spreken en droge humor die de sfeer bepaalt (‘Ai, dat was neef Gerrit’). De bloedstollende jacht op het meerkoetenjong wordt gevolgd door een feestende menigte op Koningsdag, ondersteund door het stampende nummer Drank & Drugs van rappers Lil’ Kleine en Ronnie Flex.

Tabletgeneratie
De Wilde Stad lijkt duidelijk afgestemd op de tabletgeneratie met korte spanningsboog, die gewend is aan een continue stroom van nieuwe prikkels. Het zou mooi zijn als de film goed valt bij deze doelgroep. Wie weet gaan stadskinderen straks massaal op ontdekkingstocht langs larven, meerkoetjongen en slakken, terwijl ze luidkeels Sef’s rapnummer Jungle van Beton zingen. De reactie van kinderen is echter lastig te voorspellen; iets wat een jaar geleden populair was, kan opeens weer uit de mode zijn. Voor een bioloog is de film niet al te bijzonder, maar hij is wel geestig en weet soms te verrassen.

Al met al lijken de filmmakers zichzelf in de nesten te hebben gewerkt door een zeer brede doelgroep aan te willen spreken; het natuurgenre is hier wellicht niet voor weggelegd. De film geeft een ervaring die trouw is aan de stad: rijk, vermakelijk, zeer esthetisch, maar ook lawaaierig, gehaast en grillig.

Deze recensie verscheen 10 maart in Bionieuws 5.