Bionieuws

Ecologie & Evolutie

IJsbeer vangt te weinig robbenvet

IJsberen werden voorzien van een halsband met gps, camera en metabolisme-meter. Foto © Anthony Pagano

IJsberen op het zee-ijs van de Beaufortzee verbruiken in de lente, nota bene hun optimale jachtseizoen, meer energie dan ze binnenkrijgen. Dat schrijven Amerikaanse en Canadese wetenschappers in Science van 2 februari. Uit het onderzoekt blijkt dat ijsberen een hoger metabolisme hebben dan altijd werd aangenomen, en dat ze door de afnemende hoeveelheid zee-ijs niet voldoende energierijk voedsel weten te bemachtigen om dit te overtreffen. Dit geeft voor het eerst een fysiologische verklaring van de geconstateerde achteruitgang van het aantal ijsberen, zo stellen de auteurs.

Blubber
IJsberen (Ursus arctos) zijn fysiologisch en gedragsmatig aangepast aan het leven in het Arctisch gebied. Ze hebben een veel groter leefgebied dan beren op het vaste land en leggen grote afstanden af. Dit compenseren ze door te jagen op vettig energierijk voedsel, met name de zogenoemde blubber van ringelrobben (Pusa hispida). Het voorjaar is de beste tijd voor de robbenjacht. Het zee-ijs dat dan nog aanwezig is, maakt het jagen gemakkelijk. De ijsberen maken simpelweg gebruik van een sit-and-wait-strategie, waarbij ze wachten bij een gat in het zee-ijs tot een prooi bovenwater komt. Aangezien in de lente veel pasgeboren zeehondenpubs rondzwemmen, zijn de prooien makkelijk te vangen.

Halsband
Het Arctische zee-ijs neemt echter per decennium 14 procent af en het jaarlijkse openbreken van het zee-ijs in de lente vindt eerder plaats. Om te zien wat dit betekent voor het voedselgedrag van de ijsbeer, volgden de onderzoekers in de Beaufortzee, ten noorden van Alaska en Canada, in de maand april van 2014, 2015 en 2016 gedurende 8 tot 11 dagen een negental vrouwelijke ijsberen. Ze werden voorzien van een halsband met gps, een camera en een instrument om het metabolisme te meten.

Lui
Ondanks hun luie jachtmethode leggen de beren toch evenveel afstand af als andere grote carnivoren, terwijl ze vaak weinig binnenkrijgen. De veldmetabolismecijfers die ze gemeten hadden waren gemiddeld meer dan 50 procent hoger dan eerdere studies hadden voorspeld. Vijf van de negen beren in de studie verloren lichaamsmassa, wat betekent dat ze niet genoeg vetrijke zeezoogdieren vangen om aan hun energiebehoefte te voldoen.

Zee-ijs
Naarmate het Arctische zee-ijs kleiner wordt en meer gefragmenteerd raakt, zal dit in de nabije toekomst de energetische balans van ijsberen verder beïnvloeden, doordat hun toegang tot zeehonden vermindert en de energiekosten van verplaatsingen groter worden.

Dit artikel verscheen 10 februari in Bionieuws 3.