Bionieuws

Plant & Dier

IJsbeer kan niet alleen op walvis azen

IJsberen verorberen een aangespoeld karkas van een Groenlandse walvis op Wrangel Island in de Oost-Siberische zee. Foto: Chris Collins / Heritage Expeditions

In vervlogen jaren overleefden ijsberen warme perioden in het noordpoolgebied door het verorberen van aangespoelde walvissen. Hoewel de karkassen nog altijd een waardevolle bron van vet en eiwit vormen, is de kans klein dat ijsberen hier ook in de toekomst op kunnen teren, schrijven onderzoekers van de Universiteit van Washington in Frontiers in Ecology and the Environment (9 oktober online).

Luchtgat
‘IJsberen zijn in grote mate afhankelijk van zee-ijs. De beren jagen op zeehonden, die ze al duikend van het ijs afgrissen of opwachten bij een luchtgat’, weet de Groningse bioloog en ijsbeeronderzoeker Jouke Prop. Door de opwarmende aarde verdwijnt het ijs: in 2040 is er in de zomer mogelijk geen ijs meer te vinden op de Noordpool. ‘IJsberen moeten dus op zoek naar andere kost. Het opportunistische karakter van de beer komt daarbij naar boven: hij doet zich steeds vaker te goed aan karkassen, aas, rendieren en vogeleieren’, aldus Prop.

Karkassen
De Amerikaanse auteurs doken in de literatuur en kwamen erachter dat ijsberen wel vaker aangespoelde walvissen verkiezen boven zeehonden. IJsberen kunnen soms met veertig tot zestig beren van zo’n karkas eten: in 2017 werden er zelfs 180 ijsberen gezien bij één enkele dode Groenlandse walvis. Een aangespoelde walvis is een waardevolle bron van vet en eiwit, waar ijsberen in het verleden van wisten te profiteren tijdens de meest warme perioden. ‘Een ijsbeer heeft ongeveer één vette zeehond per week nodig om te overleven’, weet Prop. Om te zien of ijsberen in de toekomst misschien aan walvissen een alternatief hebben, keken de onderzoekers hoeveel karkassen daarvoor nodig zijn: bij een populatie van duizend beren, bleken dat 28 walvissen te zijn. Voor zover bij de auteurs bekend spoelen er jaarlijks alleen langs de Tsjoektsjenzee voldoende walvissen aan om de ijsberen aldaar in hun behoefte te voorzien.

In het poolgebied leven ruim negentien populaties ijsberen, maar in lang niet iedere regio spoelen zoveel walvissen aan als in het stukje zee tussen het Russische Tsjoekotka en Alaska. Bovendien zijn de aantallen walvissen tegenwoordig maar een schijntje van wat ze in het verleden waren. Ze zijn daarom waarschijnlijk niet een realistisch alternatief voor zeehondenvlees, met als gevolg dat het poolgebied het huidige aantal ijsberen niet lang meer zal kunnen dragen.

Solitair
De studie maakt Prop onder meer nieuwsgierig naar de invloed van dit opportunistische gedrag op de sterke despotische verhoudingen tussen ijsberen. ‘IJsberen leven in principe solitair, maar komen samen op plekken waar veel voedsel te vinden is. Oudere mannetjes hebben het daar doorgaans voor het zeggen. Het maakt mij benieuwd welke individuen profiteren van zo’n aangespoeld karkas: kunnen vrouwtjes en jonge dieren er bijvoorbeeld ook in voldoende mate van eten? Hoewel de bevindingen zeker waardevol zijn, blijft het onderzoek in biologische zin wat steken’, geeft Prop als puntje van kritiek.

Dit artikel verscheen 20 oktober in Bionieuws 16