Bionieuws

Plant & Dier

Honingbij ontgift larvenvoedsel

Honingbijen blijken in staat gifstoffen uit stuifmeel van giftige planten te verwijderen voordat ze er larvenvoedsel van maken. Foto: Ivar Leidus.

Werksters van de honingbij verwijderen gifstoffen uit het stuifmeel van planten voordat het stuifmeel als belangrijke eiwitbron richting de larven gaat. Hierdoor krijgen de voor gifstoffen gevoelige larven nauwelijks giftige stoffen binnen, tonen Zwitserse onderzoekers 21 maart aan in Proceedings of the Royal Society B.

De auteurs onderzochten of stuifmeel van slangenkruid (Echium vulgare) schadelijk is voor honingbijen. De plant wordt door bijen intensief bezocht, maar het stuifmeel bevat hoge concentraties van onder meer het giftige echimidine, een alkaloïde. De bijen eten het pollen niet rechtstreeks. Werksters maken ‘bijenbrood’ door stuifmeel te mengen met nectar en klierproducten en slaan dat op als voedselvoorraad. De onderzoekers lieten werksters bijenbrood eten waar ze echimidine in een hoge concentratie aan hadden toegevoegd, en constateerden dat ze matig tolerant waren. Ze leefden iets korter dan op een gifvrij dieet. Maar in de praktijk zouden ze alleen een schadelijke concentratie binnenkrijgen als ze uitsluitend stuifmeel van slangenkruid verzamelen. Dat doen ze niet: ze halen stuifmeel van meerdere plantensoorten en mengen het.


Kennelijk weten werksters
het gif dat zij binnenkrijgen
uit het larvenvoedsel te houden

Larven bleken in experimenten veel gevoeliger te zijn voor echimidine dan werksters; het kan voor hen dodelijk zijn. Maar zij staan nauwelijks bloot aan het gif. De werksters voeden de larven voornamelijk met een gelei die ze in hun kopklieren – de hypopharyngeale klieren en kaakklieren –produceren. De eerste drie dagen, als de larven het meest gevoelig zijn voor het gif, krijgen ze allemaal de zogenoemde koninginnengelei. De concentratie echimidine daarin is ruwweg duizend keer lager dan in het bijenbrood dat de werksters zelf eten, laten de onderzoekers zien, en larven verdragen die lage concentratie goed. Kennelijk weten werksters het gif dat zij binnenkrijgen uit het larvenvoedsel te houden. Daarna krijgen toekomstige darren en werksters elk een eigen type gelei, en blijven toekomstige koninginnen koninginnengelei eten.

De honingbijwerksters beschermen de kwetsbare larven dus tegen het gif in pollen door ze te voeden met een klierproduct dat vrijwel gifvrij is. De evolutie van klieren die larvenvoedsel produceren hangt mede met die ontgiftende functie samen, opperen de auteurs. Larven van solitaire bijen eten wel pollen.

Dit artikel verscheen in Bionieuws 7 van 7 april 2018