Bionieuws

Onderwijs & Werk

Honderd jaar na Westerdijk

Plantenziektekundige Johanna Westerdijk doorbrak in 1917 als eerste het glazen plafond. Foto Universiteit Utrecht

Sinds Johanna Westerdijk honderd jaar geleden de eerste vrouwelijke hoogleraar werd, is er weinig veranderd. ‘De academische top is nog steeds een mannenwereld.’

Het was 10 februari 1917. Te midden van alleen maar mannen in zwarte pakken en toga’s, was er ook één vrouw: Johanna Westerdijk. Zij werd die dag in Utrecht benoemd tot hoogleraar plantenziektekunde. En was daarmee de allereerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Honderd jaar later is 10 februari de aftrap van het Westerdijkjaar, en viert Nederland honderd jaar vrouwelijk hoogleraarschap.

Johanna Westerdijk omringt door mannen, na afloop van haar oratie op 10 februari in Utrecht

Westerdijk was in eerste plaats een toegewijd fytopatholoog, die naast haar hoogleraarschap ook als directeur de verantwoordelijkheid droeg voor het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten en het Centraalbureau voor Schimmelcultures (nu het Westerdijk Institute geheten). Maar daarnaast was ze ook een voorbeeld voor de studenten en promovendi die eenzelfde carrière in de wetenschap ambieerden. Vrouw én hoogleraar? Het kon!

Wapenfeit
Hoewel Westerdijk – bijnaam Hans – weinig nadruk legde op dit wapenfeit en van mening was dat vrouwen prima zelf het glazen plafond konden doorbreken, had ze wel oog voor de achtergestelde positie van vrouwelijke studenten. Ze gebruikte haar functie als hoogleraar om vrouwen met talent en lef aan een baan of een stap in hun carrière te helpen, schrijft Patricia Faasse in de biografie Een beetje opstandigheid: ‘Het resultaat daarvan is geweest dat er nooit eerder zoveel vrouwen in een wetenschappelijk laboratorium werkten als ten tijde van Westerdijks professoraat. Nooit eerder promoveerden zoveel vrouwen bij één hoogleraar. En nooit eerder was het ook zo vanzelfsprekend dát vrouwen in groten getale wetenschap bedreven.’
Percentage vrouwen en mannen van student tot hoogleraar (eind 2015). Bron: Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2016

Toch zijn vrouwen honderd jaar later nog steeds niet alom vertegenwoordigd in de academische top. Het aandeel vrouwen is landelijk wel hoog onder afstudeerders en promovendi, met respectievelijk 54 en 43 procent. Maar van de hoogleraren is slechts 18 procent vrouw (568 van de 3151), blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2016, een publicatie van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren. Daarmee is Nederland binnen Europa hekkensluiter.

Onbenut
Dat percentage is volgens wetenschapsminister Jet Bussemaker ‘echt veel te weinig, juist omdat een grotere pluriformiteit in perspectieven leidt tot meer creativiteit en innovatie’, schrijft ze 11 januari in een brief aan de Tweede Kamer. ‘Veel talent is onbenut, aan de top wordt niet genoeg gebruik gemaakt van het talent van vrouwelijke wetenschappers.’ Eerder opgestelde streefcijfers drongen daarom aan op tweehonderd extra vrouwelijke hoogleraren in 2020.

‘Ik wil hier een stap verder in gaan’, schrijft Bussemaker, ‘en vraag de universiteiten in het Westerdijkjaar 2017 honderd extra vrouwelijke hoogleraren aan te stellen. Ik maak hier 5 miljoen euro voor vrij.’ Die maatregel komt bovenop allerlei bestaande initiatieven die het aantal vrouwen in de academische top moet vergroten. Universiteiten hebben bijvoorbeeld tegenwoordig diversity officers, Groningen heeft het Rosalind Franklin-programma, Delft een Technology Female Fellowship, en er wordt steeds vaker specifiek naar vrouwen gezocht voor hoge functies.

‘Rekening houdend met de
gemiddelde groei van de af-
gelopen tien jaar bereiken we
pas in 2054 de 50 procent’

‘Met alle aandacht die er in de afgelopen jaren is geweest voor diversiteit en de doorstroom van vrouwen naar de top, zou men een versnelling in de groei van het aantal vrouwelijke hoogleraren verwachten’, schrijft de Monitor 2016. ‘Deze versnelling treedt echter niet op.’ Hoewel het aantal vrouwelijke hoogleraren in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld is – en het aantal mannelijke hoogleraren in die periode met nog geen 10 procent steeg – versnelt het groeitempo niet. ‘Rekening houdend met de gemiddelde groei van de afgelopen tien jaar bereiken we pas in 2054 de 50 procent.’

In specifiek de biologie is de gelijkheid verder te zoeken, becijferde Bionieuws in 2015. Met 10,5 procent vrouwelijke hoogleraren lag het percentage onder het landelijk gemiddelde. Uit de Monitor 2016 blijkt dat het aandeel vrouwelijke hoogleraren aan universitair medisch centra een stuk hoger is: gemiddeld 21,4 procent. De scheve man-vrouwverdeling is ook zichtbaar bij de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW): vrouwen hebben een aandeel van 13 procent (Monitor 2016). Ook hier is de verdeling voor de biologie nog iets schever: met 5 vrouwen tegenover 38 mannen, maken ze 11,6 procent van het totaal uit. De KNAW is voornemens in het Westerdijkjaar zestien extra vrouwelijke topwetenschappers te selecteren voor het lidmaatschap.

Tweelingen
De verandering in honderd jaar vrouwelijk hoogleraarschap is gering en gaat langzaam, concludeert de Wageningse hoogleraar Francine Govers in een lezing hierover tijdens de opening van het Westerdijkjaar. ‘Ik treed als vrouwelijke hoogleraar in de fytopathologie in Johanna’s voetsporen. De foto van mijn oratie is vergelijkbaar met die van haar; ik werd ook omringd door heel veel hoogleraren, en op één na allemaal mannen.’ Gelijkheid in de academische top gaat er voorlopig niet komen, voorspelt ze. ‘Plantenveredeling is geen vak voor meisjes, kreeg ik tijdens mijn eerste colleges te horen. Veredelingsprogramma’s duren jaren en vrouwen krijgen tweelingen’, memoreert Govers. ‘Die vooroordelen over vrouwen bestaan – iets minder expliciet – nog steeds. En ja, dat is erg.’ Het plan van de extra honderd vrouwelijke hoogleraren is nog geen garantie, zegt Govers. ‘Er is verschil van mening of positieve discriminatie wenselijk is, en kwaliteit moet voorop staan. Duidelijk is wel dat diversiteit goed is, voor de sfeer, de voorbeeldfunctie naar studenten en de kwaliteit van onderzoek.’

Speech minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker bij de opening van het Westerdijkjaar in Utrecht, 10 februari 2017

(Dit artikel verscheen in Bionieuws 3 van 11 februari 2017)