Bionieuws

Column

Garage

Still uit een 3D-animatie waarbij het Crispr-Cas9-complex (groen) een stuk menselijk dubbelstrengs-dna (wit) op een vooraf bepaalde plaats heeft openknipt. Animatie: Visual Science and Skoltech, www.visual-science.com/crispr

De onderzoekswereld staat een beetje op zijn kop. Veelgeciteerde taxonomen zitten niet meer op de universiteit, maar werken gestaag door aan herbaria en soortenbeschrijvingen op hun eigen zolderkamer (zie interview met André Aptroot). Terwijl post-moderne hipsters de grenzen van genetisch modificatie verkennen door lekker te biohacken met Crispr-Cas in hun garage (zie feature over Crispr-Cas).

Twee totaal verschillende ontwikkelingen die wel enige zorgen baren. Qua veiligheid lijkt er op zolderkamers niet zoveel aan de hand, maar over het gebiohack in de garage zijn de meningen verdeeld. De Groninger geneticus Marianne Rots maakt zich zorgen dat mogelijke ongelukken en uitwassen in de garages de Crispr-Castechniek in diskrediet brengen. De Wageningse microbioloog John van der Oost denkt dat dit nog wel meevalt, omdat genetisch redigeren met Crisp-Cas nog wel zoveel specialistenwerk is dat het simpelweg nog niet in de garage gedaan kan worden.

Iedereen is het er wel over eens dat we dankzij de wapenwedloop tussen virussen en microben nu een multitool in handen hebben waarmee we dna nu écht naar onze wensen kunnen herschrijven. Wat dat betreft is dit een goed moment om te beseffen dat we dit soort gereedschap nog steeds niet zelf kunnen ontwerpen. We putten hiervoor uit de oneindige diepzee van evolutionaire aanpassingen. Biomimicry staat aan de basis van de opkomst van de moleculaire genetica.

Voor genetische modificatie van planten en schimmels hebben we de pTi-plasmide van Agrobacterium tumefaciens gebruikt en ook gereedschappen voor genoomredigeren als Talen en Zinkvingers zijn uit andere levende organismen afkomstig. Van der Oost verzekerde mij dat er in microben nog een heel rits aan afweersystemen zit die als genetisch gereedschap inzetbaar zijn. We kunnen dus nog even vooruit, want ook bij zogeheten restrictie/modificatie- en toxine/antitoxine-systemen – kortweg R/M en T/A – en de eiwitfamilie Argonaute is volgens hem heel veel inspiratie op te doen (zie Microbial Biotechnology, 2015).

Fijn om te weten, want we kunnen dus in
het laboratorium nog wel even vooruit

Fijn om te weten, want we kunnen dus in het laboratorium nog wel even vooruit. Nu vooral even met het beter begrijpen van bedoelde en onbedoelde effecten van de enorme stormvloed van Crispr-Cas-modificaties, waardoor we hopelijk ook de biohacker in zijn of haar garage nog tijdig kunnen bijsturen. En verder is het voor iedere wetenschapper ook goed om in het achterhoofd te houden dat zelfs de hipste techniek in de garage altijd het risico loopt om uiteindelijk op zolder te belanden.