Bionieuws

Ecologie & Evolutie

Dino’s hebben het eikleuren uitgebroed

Reconstructietekening van de mogelijk gevederde dinosauriër Heyuannia huangi, die ruim 66 miljoen jaar geleden al blauwgroene eieren in nesten legden. Illustratie Danny Cicchetti

Het leggen van gekleurde eieren is slechts één keer geëvolueerd en de pigmentatiemethode is te danken aan dinosauriërvoorgangers van de vogels. Dat concludeert een Duits-Amerikaans onderzoeksteam op basis van pigmentanalyses aan zowel recente als fossiele eierenschalen met Raman-spectroscopie (Nature, 31 oktober). De pigmenten die vogeleieren fraaie kleurpatronen bezorgen zijn het roodbruine spikkelveroorzakende protoporfyrine en blauwgroene biliverdine. Nu blijkt dat deze pigmenten bij een aantal dinosauriërsoorten op precies dezelfde manier zijn afgezet als kleurstoffen in moderne vogeleieren. Eieren met een dooier, omringd door eiwit en omsloten door een stevige eischaal, komen per definitie alleen voor bij amniote dieren, waartoe de vogels, reptielen en eierleggende zoogdieren behoren. Van de levende vertegenwoordigers hiervan leggen alleen vogels gekleurde eieren.

Eerder meldde de Duitse paleobioloog Jasmina Wiemann – ook eerste auteur van dit Nature-artikel – al de vondst van fossiele dinosauriëreieren in China, met in de schaal sporen van de pigmenten protoporfyrine en biliverdine (PeerJ, 2017). Deze eieren zijn zo’n 66 tot 70 miljoen jaar geleden gelegd door de oviraptor Heyuannia huangi en waren het eerste bewijs dat dinosauriërs gekleurde eieren legden. In het huidige onderzoek is het afzettingspatroon van de eierpigmenten tot in detail onderzocht van fossiele eieren van dertien dinosauriërsoorten en recente eieren van een alligator, nadoe, emoe en kip. Bij alle maniraptora – kleine tweevoetige dinosauriërs waarbij ook sporen van veren zijn aangetroffen – komt het afzettingspatroon van de eierpigmenten vrijwel exact overeen met dat van recente vogels. Het hydrofiele biliverdine wordt tot diep in de eierschaal afgezet en het hydrofobe protoporfyrine juist oppervlakkig.

Verzameling vogeleieren en (rechts) een fossiel en pigmentloos dino-ei. Foto: Jasmina Wiemann, Yale University

Andere bekende dinosauriërgroepen, met bekende vertegenwoordigers als Triceratops, Stegosaurus, Brontosaurus en Diplodocus, legden juist pigmentvrije, kleurloze eieren. Bij huidige vogels komen ook kleurloze eieren voor, maar dat is volgens de onderzoekers een secundaire aanpassing aan het broeden in holen of juist op plekken met extreem veel zonlicht. Het bezit van kleurrijke eieren zien zij als een aanpassing aan het broeden in open nesten, waarbij mogelijk camouflage, individuele herkenning en ook broedparasitisme een rol speelt. Ook bij de dino-voorouders van vogels was mogelijk sprake van veel complexer nestgedrag dan tot nu toe wordt aangenomen.

Zie ook: De evolutie van het ei (Bionieuws 6, 26 maart 2016)

Dit artikel verscheen in Bionieuws 17 van 3 november 2018.