Bionieuws

Column

Dikkop

Het fossiel uit het Teylers Museum en de afbeelding van de Zondvloedmens (Homo diluvii testis) uit het boek Lithographia Helvetica van Johann Jakob Scheuchzer uit 1726.

Er zijn veel rare diersoorten, maar de mens is er zeker een van. Het gekst blijft dat we op twee benen lopen. Verder zijn we nogal kaal en hebben we een buitenissig groot hoofd. De mens is een dikkop. Wat dat betreft is het niet zo gek dat de Zwitserse arts en natuuronderzoeker Johann Jakob Scheuchzer in 1726 een fossiel met een grote schedel aanzag voor een mens. Een zondig mens, verdronken in de zondvloed: Homo diluvii testis. Het fossiel is nog steeds te bezichtigen in Haarlem, maar bestaat eigenlijk uit overblijfselen van een reuzensalamander (zie: Nomen est omen).

De reuzensalamander en de mens zijn dikkoppen. Ze vertonen de sporen van neotenie of pedomorfisme: behoud van juveniele eigenschappen in het volwassen stadium. Het mooiste voorbeeld is de axolotl, een wandelende vis met uitwendige kieuwen. Maar ook de mens is aardig pedomorf. Zo is ons volwassen hoofd in verhouding tot het lichaam zo groot als dat van een chimpanseebaby. Het was de Amsterdamse anatoom Louis Bolk, die – naast het verkondigen van veel racistisch en antroposofisch gewauwel – als een van de eerste onderkende dat we eigenlijk geslachtsrijpe foetale apen zijn. Zijn foetalisatietheorie stelt dat onze aapachtige voorouders in de evolutie een soort vertraging of stilstand in het ontwikkelingstraject hebben doorgemaakt.

Een idee waarvoor nota bene nu wederom Amsterdamse onderzoekers een interessante genetische onderbouwing leveren (zie: ‘Genduplicaties vergrootten het mensenbrein’). Het ziet er naar uit dat genen en signaalroutes de afrijping van neuronen in de hersenschors kunnen vertragen, waardoor hersenen in volume toenemen. We hebben daarmee een mooie hypothese hóe hersenvergroting vorm kreeg tijdens de evolutie van de mens.

De andere hamvraag
is natuurlijk: waaróm?

De andere hamvraag is natuurlijk: waaróm? Het toeval wil dat twee Britse biologen in Nature van 24 mei een model lanceren om ecologische, sociale en culturele verklaringen voor de evolutie van breingrootte tegen elkaar te kunnen afwegen. Hun belangrijkste conclusie is dat het oplossen van ecologische problemen bij mensen de grootste rol heeft gespeeld en sociale complexiteit eerder het gevolg dan de oorzaak is van onze grote hersenen. Knoop dat als pedomorfe dikkop maar goed in de oren.

Dit artikel verscheen in Bionieuws 10 van 2 juni 2018.