Bionieuws

Mens & Maatschappij

‘Diergedrag is ook relevant voor #MeToo’

De Utrechtse gedragsbioloog en makakenonderzoeker Liesbeth Sterck: ‘Ook iets wat in de natuur voorkomt, kan zeer ontoelaatbaar zijn.’ Foto Universiteit Utrecht

De mens is uniek, maar onder de buitenste schil van cultuur, taal en cognitie zit veel waarvoor gedragsbiologie relevante inzichten biedt. Dat vindt de Utrechtse gedragsbioloog Liesbeth Sterck.

‘Gedragsbiologie is bij uitstek grensoverschrijdend. Niet dat we ons buitensporig gedragen, maar letterlijk. Het is een heel internationaal georiënteerd vakgebied, waarin je denk ik geen echte Nederlandse school kunt herkennen. We hebben met Tinbergen en Baerends wel een sterke en zichtbare onderzoekstraditie en blazen internationaal een behoorlijk partijtje mee. In de media doen we het ook wel goed, maar in het geld binnenhalen zijn we wat minder’, glimlacht gedragsbioloog Liesbeth Sterck (1960) op haar hoogleraarskamer op het Utrechtse universiteitscomplex De Uithof. Formeel deelt ze haar kamer met de bekende primatoloog en universiteitshoogleraar Frans de Waal, die in de praktijk veel op reis is en vooral vanuit de Verenigde Staten werkt. Sterck is sinds vier jaar in Utrecht hoogleraar ecologische determinanten van gedrag. Ze is tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Gedragsbiologie (NVG) die van 29 november tot 1 december haar 25-jarige jubileum viert tijdens hun jaarlijkse bijeenkomst in Soesterberg.

Publieksboekje
‘We hebben eind september in Burgers’ Zoo al een goed bezochte publieksdag georganiseerd. Daarnaast brengen we ook een publieksboekje uit met zeven verhalen over spannende en onverwachte kanten van dieren en mensen’, vertelt Sterck. Het vakgebied gedragsbiologie bestaat natuurlijk al veel langer dan 1992, maar dat was het jaar waarin de NVG werd opgericht als opvolger van de NWO-bijeenkomsten voor subsidieverdelingen waarop de gedragsbiologen elkaar regelmatig spraken. ‘Gedragsbiologen denken niet in structuren. Er is wel jaarlijks een internationaal congres, maar geen internationale vereniging’, weet Sterck.

'Gedrag is de manier waarop
een individu omgaat met zijn
omgeving en dat is nooit los
van elkaar te beschouwen’

‘De gedragsbiologie grenst heel sterk aan de gedragswetenschap van mensen. Voor ons hoort de mens er vanzelfsprekend bij, maar voor sommige mens-onderzoekers ligt dat gevoelig. De mens is heel uniek en voor de buitenste schil van cultuur, taal en cognitie is niet al het diergedrag even relevant. Wat we echter niet moeten vergeten is dat er heel veel schillen onder liggen, waarvoor gedragsbiologie juist zeer relevant is’, aldus Sterck. ‘Dat geldt niet alleen voor gedragsonderzoek aan primaten, maar ook voor het werk aan zang van zebravinken, slaapgedrag van muizen en persoonlijkheidseigenschappen bij koolmezen. Ik hoorde ooit een hersenonderzoeker trots vertellen dat ze dat “rommelige gedrag” niet meer nodig hadden om bepaalde hersenfuncties te verklaren. Dat vind ik dus de grootste kul, want je kunt het functioneren van de hersenen nooit los zien van het gedrag.’

Waaromvragen
Hoewel een deel van de Nederlandse cognitie-onderzoekers zich heeft aangesloten bij de NVG, blijft er nog altijd een lastig te overbruggen kloof bestaan, erkent Sterck. ‘Ons sterke punt is dat er in onze vereniging echte veldbiologen zitten, maar ook onderzoekers die vooral gedragsexperimenten in het lab doen en ook mensen die welzijn en emoties bij landbouwhuisdieren bestuderen’, aldus Sterck. ‘De meesten van ons stellen nog steeds de vier hoe- en waaromvragen die Tinbergen heeft opgesteld en die volgens mij eigenlijk meer wetenschappers moeten stellen.’ Het gaat hierbij om de twee zogeheten proximate vragen over de directe oorzaak en ontogenie van het gedrag en de twee ultimate vragen over achterliggende evolutionaire geschiedenis en de fitnessfunctie. ‘Als je alleen maar met een van die vragen bezig blijft, zul je nooit een goed beeld krijgen over wat een biologisch proces als gedrag precies inhoudt’, vindt Sterck. ‘Gedrag is de manier waarop een individu omgaat met zijn omgeving en dat is nooit los van elkaar te beschouwen.’

Antropomorf
Zelf denkt zij dat het geen kwaad kan om ook voor diergedrag antropomorfe termen als troost of vriendschap te gebruiken, zolang maar duidelijk is dat het eigenlijk hypotheses zijn die uiteindelijk onderbouwd moeten worden. In haar eigen onderzoek probeert ze te doorgronden of makaken ook echt begrijpen wat een andere aap beweegt. ‘Uit onze experimenten blijkt dat vrouwtjesapen snappen wat een dominant dier kan zien en dat ook gebruiken om eten te bemachtigen. Toch gebruiken ze die kennis niet om stiekem, uit het zicht van dominante mannetjes, te paren met andere mannetjes. Ze weten wel wat een ander ziet, maar misschien begrijpen ze niet of hij het dan ook weet. Misschien overvragen we ze ook wel gewoon.’ Zulk gedragsonderzoek heeft volgens haar ook relevantie voor de discussie die nu rondgaat over grensoverschrijdend gedrag van machtige mannen onder de noemer #MeToo. ‘Ook in de natuur zie je gedwongen seks en verkrachtingen. Dat heeft evolutionair dus een seksuele component. Onder feministen hoor je nog wel eens de neiging om het allemaal toe te wijzen aan mannelijke agressie, maar dan ontken je het seksuele aspect. En dat is nou juist iets wat het voor de slachtoffers extra vervelend maakt en je volgens mij dus juist ook moet erkennen. Met als belangrijke stelregel: ook iets wat in de natuur voorkomt, kan zeer ontoelaatbaar zijn.‘

Dit bericht verscheen in Bionieuws 19 van 18 november 2017.