Bionieuws

Onderwijs & Werk

Columnestafette biologiestudenten

Ook dit jaar starten Bionieuws en LOBS weer een column-estafette, waarbij studenten van de acht aangesloten studieverenigingen de column bij toerbeurt verzorgen. De columnwedstrijd verplaatst zich hierbij als het ware in de loop van het studiejaar van Groningen naar Leiden. De winnende column van iedere ronde wordt gepubliceerd in Bionieuws en aan het eind van de estafette kiest de redactie een algehele winnaar in de zomer van 2017. Deze winnaar krijgt dan de Bionieuws-Columnprijs, een oorkonde en 100 euro!

Bionieuws hoopt dat alle biologiestudenten laten zien dat ze een mening hebben en die ook met vak- en studiegenoten willen delen. Voor meer informatie kun je vanaf twee weken voor de deadline terecht bij je eigen studievereniging.

Vereisten:
De column dient een lengte te hebben van 300 woorden. Het onderwerp is hierbij in principe vrij, maar dient wel een relatie te hebben met biologie. De Bionieuws-redactie beoordeelt inzendingen op criteria als leesbaarheid, originaliteit en argumentatie. De auteur moet student zijn en aangesloten bij een van de studieverenigingen. Stuur de column voor de voor jouw studievereniging geldende deadline naar redactie@bionieuws.nl.

Deadline per studievereniging:
GLV Idun: 20 oktober (geweest)
Gyrinus natans: 24 november (geweest)
BeeVee: 12 januari 2017 (geweest)
Biologica: 9 februari
UBV: 9 maart
Congo: 13 april
LBC: 18 mei
Biota Natura: 15 juni

Schrijftips:
Hoe schrijf je een column?
Valkuilen bij het schrijven van column

###

Hieronder vind je de winnende columns per studievereniging.

Vlindernet

Stap voor stap kom je dichterbij, nog een meter en dan heb je hem eindelijk. Hij zit nog steeds nietsvermoedend te chillen. Dit is het moment waar je al de hele middag op wacht. Je hart slaat een tel over. Alles beweegt langzamer dan normaal.

Terwijl je het net naar voren zwiept, lijkt het wel alsof je door stroop beweegt. Je ziet tot je ongeloof dat hij nog steeds stil zit. Die laatste seconde staat de hele wereld stil. Je weet het zeker, dit kan niet meer fout gaan. Deze keer heb je hem eindelijk te pakken. Het net komt dichterbij en dichterbij. Er lijkt geen enkele uitweg meer mogelijk. Die viervleklibel is van jou.

Maar dan. Je weet niet hoe, maar op onverklaarbare wijze vliegt hij er toch tussendoor. Magie of teleportatie, dat zijn de enige verklaringen die je achteraf kan bedenken. Maar op dat moment maakt dat allemaal niets uit. Hij mag misschien ontsnapt zijn aan deze zwiep, maar hij is nog niet buiten handbereik.


De duikvlucht die je maakt, zou menig kangoeroe doen blozen van jaloezie

Met een vloeiende beweging laat je je vlindernet voor de tweede keer door de lucht vliegen. Al je spieren staan op scherp en klaar voor de sprong. Wordt het hem dan toch deze keer? De duikvlucht die je maakt, zou menig kangoeroe doen blozen van jaloezie, maar helaas.

Eigenlijk wist je al lang dat dit hem niet zou worden. Met een tevreden glimlach sta je op uit het lange gras, terwijl je de libel nog ziet vliegen. Je volgt hem net zolang totdat hij verdwijnt in het licht van de ondergaande zon. Je schudt meewarig je hoofd en zegt tegen niemand in het bijzonder: ‘De volgende keer heb ik je’.

Door Bas van Boekholt, GLV Idun (Groningen)

###

Koraalteenboomkikker

Sinds kort hebben wij een nieuw huisdier in onze ledenkamer staan genaamd Joep, onze koraalteenboomkikker. Waarschijnlijk zullen de rasechte biologen onder ons wel meteen weten wat voor dier dit is, ikzelf had toch echt even een Wikipediapagina nodig om meer te leren over Joep. Het interessante was, dat hoe meer informatie ik over de koraalteenboomkikker vond, hoe meer overeenkomsten ik begon te zien tussen Joep en onze studenten.

Zo las ik bijvoorbeeld dat een koraalteenboomkikker weinig eisen stelt aan zijn verzorging en dat het een grote en makkelijke eter is. Dit klinkt toch verdacht veel als de beschrijving van mijn huisgenoten. Daarnaast leerde ik dat Joep het bijzondere vermogen heeft om veel vet op te nemen. Ikzelf vond dit vermogen niet zo bijzonder. Volgens mij beschikken de meeste studenten die ik ken ook over dit vermogen, vooral als ze na een avondje stappen weer bij de snackbar zijn geëindigd.


En wanneer Joep na zijn nachtelijke activiteiten is afgekoeld of juist gestrest is, verandert hij van kleur

Ook schijnen koraalteenboomkikkers en studenten op hetzelfde moment van de dag actief te zijn, namelijk ’s nachts. En hoewel onze Joep zich ’s nachts waarschijnlijk niet bezig zal houden met studeren of feesten, vond ik het wel weer een zeer interessante overeenkomst. En wanneer Joep na zijn nachtelijke activiteiten is afgekoeld of juist gestrest is, verandert hij van kleur. Net als onze studenten, die naarmate het slaaptekort of de stress toeneemt almaar bleker worden.

Natuurlijk was er ook wel één eigenschap van de koraalteenboomkikker die ik op positieve manier in studenten terugzag, namelijk de potentie van de koraalteenboomkikker om veel te betekenen voor de geneeskunde en de wetenschap. Want naast alle bovengenoemde eigenschappen, ben ik ook van mening dat studenten veel kunnen betekenen voor de wetenschap.

En door al deze overeenkomsten denk ik dat Joep goed past in onze ledenkamer. En zo zie je maar weer, mensen zijn net dieren.

Door Lara Hartog, commissaris onderwijs Gyrinus natans (Amsterdam)

###

Doodsvogel

Twee lege ogen staren mij vanuit de hoogte aan. De lichaamshouding van hun zwart gevederde eigenaar straalt een zekere vastberadenheid uit. Toch vrees ik de doodsvogel niet. Zijn ogen zijn levenloos, nep. De rest van het lichaam zouden wij als dood classificeren. Een opgezette kraai, rigide in zijn aangemeten pose.

Deze zwarte aaseter, bovenop mijn kledingkast, symboliseert een van de redenen dat ik biologie ben gaan studeren. Een deel van mijn waardering voor biologie, de leer van het leven, is in feite namelijk een fascinatie voor thanatologie, de studie van de dood, zowel in natuurwetenschappelijke als in metafysische zin.


De dood is immers een integraal onderdeel van het leven

In zijn Études sur la nature humaine uit 1903 gaf de Russische nobelprijswinnaar Eli Metchnikoff al aan dat een studie van het leven onvolledig is zonder de studie van de dood. De dood is immers een integraal onderdeel van het leven. Zelfs zonder de Disneyklassieker The Lion King gezien te hebben, zou men zich er toch bewust van moeten zijn dat zij die sterven, verworden tot het voedsel van een ander en zo nieuw leven bieden. Zo zijn wij allen verbonden in de kringloop van het leven, aldus Mufasa.

De dood kan ons bovendien een hoop nieuwe kennis bieden. Beroemde anatomen als Vesalius en de beruchte Robert Knox hadden zonder hun dissecties van al dan niet illegaal verkregen lijken nooit hun expertise kunnen verfijnen. En ook menig biologiestudent steekt aardig wat op van de ontleding van een brede selectie aan dieren, een onmisbaar onderdeel van de opleiding.

Ook onze cultuur wordt overspoeld door het belang dat gehecht wordt aan de doden. Onze voorouders, helden en voorbeelden worden geëerd middels rituelen en tradities of het bouwen van monumenten als standbeelden, grafheuvels, hunebedden en zelfs de Egyptische pyramides. Dit alles heeft bovendien geleid tot diverse geloven en bijgeloven. Het is geen wonder dat de kraai, een dief, een aaseter en zwart als de nacht, soms gewantrouwd werd. Maar ik vrees de doodsvogel niet. En ik zal hem blijven bewonderen, tot aan mijn dood.

Door Stephanus Vermeltfoort, biologenvereniging BeeVee (Nijmegen)

###

Freek-evolutie

Zijn baldadige glimlach steekt af bij zijn prominent aanwezige Musculus biceps brachii. Zijn longen vullen zich met hete woestijnlucht die de plicae vocalis in trilling brengen: een enthousiaste lokroep. Zijn ogen gefocust op een ogenschijnlijk onberoerde zandheuvel.

Het gehele lichaam van deze imposante verschijning is aangepast aan zijn levenstaak: van elk gewenst prooidier een beeldwaardig specimen te verkrijgen. Reuk, smaak, gehoor, gevoel: alle bellen rinkelen als het moment daar is: een wilde sprong, en KIJK DAN! GAAF!

Enorme monsters, onzichtbare wezentjes, vliegensvlugge giftanden en geniepige hardbijters: niets ontkomt aan zijn aandacht. Toegegeven, hij is ook wild aantrekkelijk. Heel Freek, met huid en haar.

Rifhaaien weten daar wel raad mee. Veel kinderen, en hun meegesleepte opa en oma trouwens ook. Stiekem wil zelfs de hele wereldbevolking wel een beetje Freek zijn; de wereld ontdekken, gegroet worden op straat, mensen aan het lachen maken, en het beste maken van elke situatie die zich voordoet (ongeacht de grootte van het beest dat je bespringen wilt).


Begin klein, en bespring vandaag nog je eerste mier

Iedereen, behalve zowat alle politieke machtshebbers. Want zij moeten wereldproblemen aanpakken, en daar wordt een gemiddeld mens niet blij van. Nee, zelfs Freek Vonk niet. Punt blijft dat we die problemen niet zouden hebben in een wereld vol Freek-en en Freek-innen.

Dus laten we onszelf allemaal tot Freek evolueren. Begin klein, en bespring vandaag nog je eerste mier. Vol enthousiasme en onder luid gejuich. Voel, denk en beweeg zoals het dier, word het! Vier het vervolgens met je buren, toevallige voorbijgangers en vooral met jezelf.

Ga allemaal biologie (be)studeren, vier het leven van nieuw ontdekte soorten, leer van de natuur en laat de zon opkomen voor al die nog onontdekte natuurfenomenen. Want als we allemaal met kinderlijke fantasie geloven dat we later óók Freek worden, dan komt alles weer goed. Ik geloof in jou, ik wil je, Freek!

Door Janneke Troost, Biologica (Wageningen)

###

Bioloog in geitenwollen maatpak

De tijd van de ontdekkingsreiziger is voorbij. De jungles zijn ontdekt en de oceanen zitten vol met duikende robots die opnames maken van de langzaam ontrafelende mysteries in de diepzee. Natuurlijk zijn er nog ontzettend veel nieuwe dingen te ontdekken in de natuur, maar het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat je als bioloog de regenwouden in trekt om nieuwe apensoorten te ontdekken. Welke avonturen blijven er dan over voor de biologiestudent van vandaag, om morgen zijn of haar brood mee te verdienen?

Als je afbeeldingen van een ‘bioloog’ zoekt, zie je al snel drie stereotypen voorbij komen: de wetenschapper in laboratoriumjas, de door de natuur zwervende onderzoeker in survivalkleding, en als laatste de klassieke geitenwollensokkenbioloog. Deze stereotypen zijn natuurlijk meerdere malen achterhaald, maar hebben nog steeds veel invloed op de studiekeuze door een bepaald verwachtingsbeeld van de opleiding te scheppen.


Met de uitslag van afgelopen verkiezingen in het achterhoofd, mogen biologen wat mij betreft toch wat vaker het nette pak aan trekken

Weinig scholieren die voor biologie kiezen doen dit bijvoorbeeld met het doel een brede basis voor een politieke carrière te leggen. Dit is echter zo’n slecht idee nog niet, want met de uitslag van afgelopen verkiezingen in het achterhoofd mogen biologen wat mij betreft toch wat vaker het nette pak aan trekken. De opmars van duurzame speerpunten in partijprogramma’s is een verademing voor heel Nederland, maar zonder bekwame wetenschappers die zich hard maken voor deze punten kan dit zo afgelopen zijn.

Met de oplopende vraag naar duurzame oplossingen, groene alternatieven en een klimaatbewuste maatschappij is het tijd om als wetenschappers onze kennis te gebruiken waar deze het meest daadkrachtig is: in de politiek. Het is tijd dat de biologen ons land en het klimaat redden, niet in een laboratoriumjas of survivaloutfit, maar in een geitenwollen maatpak, want een bioloog blijft een bioloog.

Door Jonno van Vulpen, Utrechtse Biologen Vereniging, Utrecht

###

Amber Alert: dinobaby's

Er is een langdurend probleem van kwijtgeraakte kinderen op de wereld. Er worden namelijk nooit juveniele dino’s gevonden; waar zijn toch de jonkies gebleven?

Leeftijdsbepaling aan dinoresten zijn helaas geen gemakkelijk karwij. Door een gebrek aan dna-restanten moet de bepaling aan de hand van botstructuren gebeuren. Hiervoor moeten genoeg botten beschikbaar zijn en zelfs dan vinden de meeste musea het een suboptimaal idee om hierin te zagen en te boren om informatie te verzamelen.


De vraag waar de babydino’s waren gebleven, hield deze man ook bezig


Toch is er één man die het allemaal wel kan: professor Jack Horner. Deze man leeft in Montana, één van de locaties met de meeste dinosaurusbotten, en is een curator van een museum, waardoor hij makkelijke toegang heeft tot botten. De vraag waar de babydino’s waren gebleven, hield deze man ook bezig. Jack Horner en zijn groep gingen op onderzoek uit en vonden het antwoord.

Wat het geval schijnt te zijn is dat de jonge dino’s wel zijn gevonden, maar vaak als andere soort gecategoriseerd werden. Dit komt door het verschil in schedelstructuren tussen de volwassenen en de juvenielen. Ook sommige vogels vertonen dit dimorfisme zoals de helmkasuaris, waarbij het helmpje later in leven ontwikkelt, maar wat wel een benige structuur is. Daarnaast staat het beschrijven van een nieuwe soort natuurlijk ook beter op je cv.

Gelukkig lieten onderzoekers wel kleine hints achter over de gelijkheid van de soorten: de Tyrannosaurus en Nanotyrannus bijvoorbeeld – zou de nano nou een juveniel zijn? Horner geeft aan dat waarschijnlijk een derde van de huidige dinosauriërs gecategoriseerd kan worden onder andere al bestaande soorten. Zien we zo dat taxonomie op basis van alleen morfologie niet afdoende is?

Bryndan van Pinxteren en Kavel Ozturk, Congo, Amsterdam