Bionieuws

Onderwijs & Werk

Columnestafette biologiestudenten 2017-2018

Ook in het studiejaar 2017-2018 houden Bionieuws en LOBS weer een column-estafette, waarbij studenten van de acht aangesloten studieverenigingen de column bij toerbeurt verzorgen. De columnwedstrijd verplaatst zich hierbij als het ware in de loop van het studiejaar van Groningen naar Den Bosch. De winnende column van iedere ronde wordt gepubliceerd in Bionieuws en aan het eind van de estafette kiest de redactie een algehele winnaar in de zomer van 2018. Deze winnaar krijgt dan de Bionieuws-columnprijs, een oorkonde en 100 euro!

Bionieuws hoopt dat alle biologiestudenten laten zien dat ze een mening hebben en die ook met vak- en studiegenoten willen delen. Voor meer informatie kun je vanaf twee weken voor de deadline terecht bij je eigen studievereniging.

Vereisten:
De column dient een lengte te hebben van 300 woorden. Het onderwerp is hierbij in principe vrij, maar dient wel een relatie te hebben met biologie. De Bionieuws-redactie beoordeelt inzendingen op criteria als leesbaarheid, originaliteit en argumentatie. De auteur moet student zijn en aangesloten bij een van de studieverenigingen. Stuur de column voor de voor jouw studievereniging geldende deadline naar redactie@bionieuws.nl.

Deadline per studievereniging (na ruil UBV en Biologica):
GLV Idun: 19 oktober (publicatie BN18)
Gyrinus natans: 23 november (BN20)
BeeVee: 11 januari 2018 (BN02)
UBV: 8 februari (BN04)
Biologica: 8 maart (BN6)

Congo: 12 april (BN08)
LBC: 17 mei (BN10)
Biota Natura: 14 juni(BN12)

Schrijftips:
Hoe schrijf je een column?
Wat zijn de valkuilen bij het schrijven van column?

Eerdere edities:
De columnwedstrijd 2016-2017 is gewonnen door de Robbert Folmer / Leidse Biologen Club.
De columnwedstrijd 2015-2016 is gewonnen door de Veerle de Goederen / BVW Biologica.

Hieronder vind je de geplaatste (winnende) columns per studievereniging.

********************************************************************************************

De Binas

Op de middelbare school grapte ik dat biologie niks anders was dan het interpreteren van de Binas. Voor de mensen die voor 1977 op de middelbare school zaten: de Binas is het naslagwerk dat je mag gebruiken bij je toetsen en eindexamen. Als ik bij een toetsvraag de draad kwijt was of geen idee had wat er geschreven was, dan zocht ik de begrippen op in de Binas. Dit gecombineerd met redeneren bracht me dan vaak een heel eind.

Ik liet de Binas en middelbare school achter en ging biologie studeren. De studie begon overzichtelijk met het leren over microben, de opbouw van planten en dieren. Echter, voor ik het wist zat ik opeens in mijn master over epigenetica en moleculaire biologie. Alsof deze onderwerpen nog niet specifiek genoeg waren, verdiepte ik me vervolgens op stage in het transcriptoom van leukemische cellen.

Als ik tijdens mijn stage ergens de draad kwijt was of geen idee had wat er geschreven was, dan zocht ik begrippen op in wetenschappelijke literatuur in plaats van de Binas. Met redeneren kwam ik vervolgens ook weer een heel eind. Wetenschappelijke artikelen lezen kostte, alle Graphical Abstracts ten spijt, vaak wel “iets” meer moeite dan de Binas raadplegen.

Van tevoren was ik bang dat mijn onderzoek
veel te specialistisch was. Dit viel gelukkig mee.

Na mijn eerste stage afgerond te hebben, ging ik terug naar mijn middelbare school om een presentatie te geven over epigenetica en mijn stage. Van tevoren was ik bang dat mijn onderzoek veel te specialistisch was. Dit viel gelukkig mee, tijdens mijn presentatie verwees de docent enthousiast naar verscheidene Binas-tabellen.

Bent u ook benieuwd naar mijn presentatie? Zie dan tabel 70 A over histoneiwitten, tabel 71 F over dan-regulatie en tot slot tabel 84 I over bloedproductie. Deze tabellen vatten de eerste helft van mijn presentatie goed samen. Misschien toch maar een Binas aanschaffen.

Door Jos Smits, lid Biologenvereniging Nijmegen BeeVee

********************************************************************************************

Bezit jij het gen Nature#1?

Tijdens mijn dagelijkse rondje met de hond besef ik dat iedereen er mee te maken heeft. De natuur. Velen vinden het mooi om honden te zien ravotten, hoe de vogels met elkaar ‘praten’ of hoe David Attenborough vertelt over welk onderwerp dan ook. Toch zijn er velen die er voor kiezen om niet bioloog, of in die trant, te worden. Het lijkt wel of zij het gen Nature#1 missen.

Maar er zijn ook enkelen die dit gen wel bezitten: Freek Vonk, Steve Irwin, de eerder genoemde David Attenborough en natuurlijk nog veel meer. Wat deze drie heren bezitten is om de natuur op te zoeken. De oceaan in, de jungle in, langs een moeras, een woestijn door of de polen. Niets is te gek om over te vertellen als het aan hen ligt. Waarom? Omdat ze er naar op zoek gaan.

De passie hiervoor ontwaakt pas
wanneer je zelf het veld of lab in duikt

Biologie is heel interessant, wordt vaak verteld. En hoewel dat zeker fascinerend is, is het nog mooier om het zelf te ervaren. Met boeken leg je een mooie basis aan kennis over organismen, kringlopen, reacties en noem het maar op. Maar de passie hiervoor ontwaakt pas wanneer je zelf het veld of lab in duikt. Vogel- of insectengids in de hand en in de andere hand een vlindernet. Ja, een vlindernet. Kennelijk denkt men over het algemeen dat er alleen vlinders mee worden gevangen. Of leg een preparaat klaar voor onder de microscoop.

Helaas is dat lang niet altijd mogelijk. Zou het lesprogramma van biologie op de schop moeten? Nee, dat denk ik niet, maar met meer practica op de middelbare school worden leerlingen wellicht meer geprikkeld. Ook kunnen leraren trachten de natuur mee in de klas te nemen.

Ik loop verder met mijn hond en zie hoe een klein jongetje van een jaar of 7 naar zijn moeder toe rent met een slak in zijn handen. ‘Mama! Mama! Moet je zien hij loopt over mijn hand, maar heeft geen pootjes!’ Jep, Nature#1.

Door Wouter van der Vegt, Gyrinus natans (VU Amsterdam), geplaatst in Bionieuws 20 van 9 december 2017.

********************************************************************************************

De echte bioloog

Ik fietste laatst gehaast naar de universiteit om nog op tijd voor mijn college te kunnen zijn. Het was een milde nazomermiddag en ik keek om me heen. Als ik psychologie studeerde, had ik vast gedacht over waarom ik, ondanks dat ik beter wist, toch elke keer te laat van huis vertrok. Was ik wiskundige, dan vroeg ik me vast af hoe snel ik moest fietsen om nog op tijd te komen. Was ik een arts, dan was het me vast opgevallen hoe snel mijn hartslag al omhoog was geschoten.

Maar nee, ik ben een bioloog. En terwijl ik me al licht zwetend zo snel mogelijk voortbewoog op mijn krakkemikkige stadsfiets keek ik om me heen. Ik verwonderde me waarom ik met zo lekker weer geen konijntjes zag. Ik genoot van twee meerkoeten die samen in de sloot aan het genieten waren van de zon. En deze algemene verwondering en fascinatie voor de wereld om ons heen is wat een bioloog een echte bioloog maakt. Het maakt niet uit of je de hele dag op het lab staat of door de velden rent.

Biologen zijn een
zeldzame soort mensen

Zet een bioloog in een willekeurige plek buiten neer en hij zou gelijk een paar vragen of opmerkingen kunnen maken over zijn omgeving. Of het nu gaat over virussen die zich door de lucht verspreiden of over het vluchtpatroon van een bij die langs vliegt. Biologen zijn een zeldzame soort mensen. Je komt ze wel eens tegen met een glimlach op hun gezicht. Niet omdat ze net een goede grap hebben gehoord. Zo’n glimlach is het niet. Het is de glimlach van een bioloog die net in zijn hoofd een theorie voor een van zijn eindeloze rij vragen heeft bedacht. Het is de glimlach van iemand die weer een mysterie heeft opgelost.
Het is de glimlach van een echte bioloog.

Door Bas van Boekholt, GLV Idun (Groningen) - geplaatst in Bionieuws 18 van 4 november 2017.