Bionieuws

Onderwijs & Werk

Buitenlandse student neemt de overhand

Foto © Luke Jones

Er beginnen steeds meer internationale studenten aan een Nederlandse master. Sommige studies bestaan voor driekwart uit buitenlandse studenten. Opleidingsdirecteuren zijn enthousiast, maar Nederlandse studenten uiten hun zorgen.

‘Onlangs meldde Nuffic – de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs – dat er wederom meer internationale studenten in Nederland zijn gaan studeren. Waar het vorig jaar nog om 112.000 studenten ging, zijn dit er nu al 122.000. Gemiddeld komt 12,2 procent van de studenten uit het buitenland’, weet Roan van Scheppingen, voorzitter van het Landelijk Overleg Biologie Studenten (LOBS).

China
Bijna 210 opleidingen – zo’n 10 procent van het totaal – tellen volgens het Nuffic meer buitenlandse dan Nederlandse studenten. Bijna zeventig van deze studies bestaan voor meer dan driekwart uit internationale studenten. Die stijging wordt ook gemerkt bij de biowetenschappelijke bachelors en masters aan de universiteiten van Wageningen en Maastricht, blijkt uit hun jaarlijkse aanmeldingscijfers. Het merendeel van deze buitenlandse studenten komt uit Duitsland en China. ‘Over de afgelopen jaren is er een lichte stijging geweest van het aantal buitenlandse studenten in de master biologie. Maar die stijging is maar klein vergeleken met de andere studies van Wageningen’, weet opleidingsmanager Marjolijn Coppens van Wageningen Universiteit. ‘Maar: omdat biologie vrijwel alle vakken deelt met andere opleidingen, zitten biologiestudenten in de praktijk inderdaad wel met veel meer buitenlandse studenten in de collegezalen.’

'Wetenschap is something global, dus wij zetten ons graag in voor internationalisering.'

Ook in Maastricht neemt het aantal internationale studenten flink toe: 78 van de 180 studenten die dit jaar aan een biowetenschappelijke master zijn begonnen komen uit het buitenland. Bij vier van de vijf masters vormen de internationale studenten de meerderheid. De opleidingsdirectie is er blij mee. ‘De internationale student staat bij ons gelijk aan de Nederlandse student. We verkiezen de een niet boven de ander. Wetenschap is something global, dus wij zetten ons graag in voor internationalisering. Engels is de voertaal en goed kunnen netwerken met mensen met een andere culturele achtergrond blijkt van ongelooflijk groot belang in het delen van kennis’, zegt Ronit Shiri-Sverdlov, Engelssprekende coördinator van de Maastrichtse opleiding biomedische wetenschappen.

Kritisch
Wat trekt buitenlandse studenten naar Nederland? Nederlandse opleidingen zijn betaalbaar, want Europese studenten betalen hetzelfde wettelijk vastgestelde collegegeld als Nederlandse studenten, dat relatief laag is. Daarbij worden steeds meer bachelors en masters worden in het Engels aangeboden (Bionieuws 19, november 2017). Het LOBS is daar kritisch over. ‘Het verengelsen van een opleiding moet geen middel zijn om meer internationale studenten te trekken. Het moet een weloverwogen beslissing zijn die de kwaliteit van de opleiding ten goede komt’, benadrukt Scheppingen.

‘De internationalisering maakt de keuze voor het volgen van een studie in Nederland natuurlijk makkelijker, maar het is vooral de goede internationale reputatie van Nederlandse universiteiten en de interessante, unieke lesprogramma’s die studenten over de streep trekt’, merkt Shiri-Sverdlov.

Geld in het laatje
Het aannemen van internationale studenten kan voordelen met zich meebrengen. ‘Zo kunnen de beste studenten geselecteerd worden voor een opleiding, ongeacht land van herkomst. De internationale studenten komen in contact met Nederlandse studenten, die veel van elkaar kunnen leren. Zo ontstaan er meer connecties tussen de verschillende nationaliteiten die op de lange termijn ook tot vruchtbare samenwerkingsverbanden leiden’, aldus Scheppingen. ‘En dan is er nog het, niet geheel onbelangrijke, feit dat internationale studenten – vooral die van buiten de Europese Unie – flink wat geld in het laatje brengen.’

Studentenstop
Hoewel de opleidingscoördinatoren de komst van buitenlandse studenten aanmoedigen, kleven ook nadelen aan. ‘Het botst ook regelmatig tussen studenten, vooral wanneer de culturele verschillend té sterk zijn’, merkt opleidingsmanager Coppens. Scheppingen vult aan: ‘Daarbij loopt in de toch al overvolle studentensteden het kamertekort flink op. De Nederlandse studenten komen op een tweede plaats: zij kunnen immers nog met het openbaar vervoer vanaf hun ouders als ze geen kamer hebben. Sommige studies handhaven een studentenstop, om te voorkomen dat te veel gegadigden zich aanmelden. Nederlandse studenten hebben zo minder kans om een studie te volgen die hun voorkeur heeft, zeker bij studies waar ook nog voor moet worden geloot’, schetst Scheppingen.

Studieverenigingen, met doorgaans voornamelijk Nederlandse studenten in het bestuur, hebben het er maar druk mee. Studieverenigingen die bij het LOBS aangesloten zijn moeten veel tijd investeren in het verengelsen van hun vereniging en het betrekken van internationale studenten bij hun activiteiten.

Duidelijke visie
Een duidelijk oogpunt hebben de opleidingscoördinatoren niet: men lijkt het een allemaal op zijn beloop te laten. Dit tot ontevredenheid bij de studieverenigingen, laat Scheppingen weten. ‘Het LOBS vindt dat universiteitsbestuurders en opleidingsdirecteuren een duidelijke visie moeten hebben over internationale studenten en dat deze zienswijze openbaar toegankelijk moet zijn. Deze visie moet duidelijk omschrijven wat internationale studenten kunnen opleveren, maar ook hoe problemen aangepakt kunnen worden. Hoe wordt de komst van de internationale student gefaciliteerd, zonder dat de bestaande infrastructuur qua woningen, grootte en kwaliteit van de opleiding en de studieverenigingen verslechterd? Op dit moment doen universiteiten dit nog te weinig en zijn deze redeneringen niet transparant genoeg. Met betrekking tot de internationalisering is het niet de vraag waarom, maar vooral hoe’, beklemtoont Scheppingen.

Dit artikel verscheen 24 maart in Bionieuws 6