Bionieuws

Ecologie & Evolutie

Buidelmarter op eiland verliest predatorherkenning

Zonder predatoren verliest de dwergbuidelmarter al snel zijn angst voor gevaarlijke vijanden als dingo of verwilderde kat. Flickr © Henry Cook

Binnen slechts dertien generaties op een predatorvrij eiland verliezen dwergbuidelmarters het gedrag dat hen op het vasteland beschermt tegen predatie van verwilderde katten en dingo’s. Dat schrijven Australische onderzoekers 6 juni in Biology Letters. Volgens de biologen kan deze razendsnelle verdwijning van anti-predatorgedrag ervoor zorgen dat herintroductie van kwetsbare soorten van een relatief veilige eilandomgeving naar hun originele leefgebied gedoemd is te mislukken.

Verhuizingen
In 2003 werden verschillende populaties dwergbuidelmarters (Dasyurus hallucatus) verplaatst van het Noordelijk Territorium in Australië naar nabijgelegen eilanden, die zowel vrij waren van predatoren als van de alom gevreesde invasieve reuzenpad. Op het vaste land decimeert deze zeer giftige pad populaties van inheemse (roof)dieren, zo ook van D. hallucatu, het kleinste roofbuideldier van down-under. Maar via de grootschalige verhuizingen zouden herintroducties van de marter de populaties op het vasteland op een dag weer kunnen aanvullen, zo was het idee.

Afkeer
Dwergbuidelmarters werden daarom in 2016 weer uitgezet op het vasteland, in het nationaal park Kakadu. Alhoewel de dieren getraind waren de giftige reuzenpad te vermijden en hem daarna ook niet meer op het menu hadden staan, was het experiment uiteindelijk een mislukking; dingo’s roeiden de marterpopulatie haast volledig uit. Mogelijk was herkenning en afkeer jegens het roofdier, waarmee ze een geschiedenis van minstens 3500 jaar co-evolutie kennen, niet meer aanwezig in de populatie.

Dingovacht
Om dat te testen vergeleken de biologen het anti-predatorgedrag van in het wild gevangen dwergbuidelmarters afkomstig van het vaste land of van een predator- en paddenvrij eiland, evenals hun in gevangenschap geboren jongen. Ieder individu werd drie plastic boxen aangeboden met wormen; de eerste box bevatte ook dingovacht, een tweede box de vacht van verwilderde kat en de derde alleen de lekkere hapjes. De marters van het vasteland en hun nakomelingen herkenden de geuren van hun belangrijkste predatoren en vermeden de boxen met de vachten, terwijl de individuen die al minstens dertien generaties op het predatorvrije eiland leefden hierin geen onderscheid maakten.

Herintroducties
De onderzoekers pleiten er dan ook voor dat in de toekomst bij herintroducties rekening moet worden gehouden met het wegvallen van dergelijke herkenningsmechanismen. Kwetsbare soorten verhuizen bij dit soort maatregelen vaak tijdelijk naar gevangenschap, een eiland of ander predatorvrije omgeving, met de aanname dat het wegvallen van anti-predatorgedrag een uiterst langzaam en hierbij irrelevant proces is. Dat blijkt dus in ieder geval bij de dwergbuidelmarter niet het geval.

Zorgelijk
‘Het is een leuk en interessant artikel’, zegt Rampal Etienne, evolutiebioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, ‘maar er valt hier en daar nog wel wat op af te dingen. Zo vermeed de controlegroep bij de eilandmarters de lekkere hapjes zonder predatorgeur veel meer dan de marters van het vaste land. Het zou kunnen dat de marters van het eiland eenvoudigweg niet van de wormen houden, wat op zich ook een opmerkelijke evolutionaire verandering zou zijn. Maar dat neemt niet weg dat hun respons op predatoren afwezig is, een zorgelijk resultaat.’

Dit artikel verscheen 16 juni in Bionieuws 11