Bionieuws

Onderwijs & Werk

Avontuur met kuddes koniks

Foto: Flickr © Hans Pama

Het is een terugkerend punt van verdeeldheid in Nederland: wat te doen met de Oostvaardersplassen? In dit jonge natuurgebied struinen sinds enkele decennia heckrunderen, konikpaarden en edelherten rond. Voor de een vormen de plassen een nieuwe wildernis, de ander ziet liever een wandelpark ontstaan. In januari 2017 kwamen de VVD- en SGP-fracties van Flevoland met het voorstel om de volledige Oostvaardersplassen open te stellen voor publiek. Zij streven naar een recreatiegebied met veel aangelegde paden, ruimte voor vogels en minder grote grazers. Aanleiding voor vwo’er Floortje Cornelissen van het Fioretti College in Lisse om de situatie eens goed onder de loep te nemen. ‘Ik was benieuwd wat voor invloed de aanwezigheid van mensen in de Oostvaardersplassen heeft op het gedrag van herbivoren. Om mijn vraag te beantwoorden, ben ik het veld in getrokken.’ Het resulteerde in haar profielwerkstuk, dat beloond is met een 9.

Afgesloten
Zes volle dagen observeerde Cornelissen verschillende kuddes koniks. Hiervoor keek ze naar een kudde van dertig paarden in de Driehoek, het gebied dat open is voor bezoekers, en een grotere kudde van negenhonderd paarden in de afgesloten randzone. ‘Mijn vader, Perry Cornelissen, doet al meer dan 25 jaar onderzoek naar de populatiedynamiek van grote grazers en vegetatieontwikkeling in de Oostvaardersplassen. Dat kwam mij goed uit, want ik mocht met hem mee de randzone in.’

Bespieden
Om half zeven ’s ochtends moesten vader en dochter uit de veren. Eerst twee uur met de auto, vervolgens zoeken naar de kudde, en de rest van de dag bestond uit observaties. Cornelissen noteerde wanneer de paarden graasden, speelden of snuffelden aan poep. Waar menig medescholier er niet aan moest denken om dagenlang stil te zitten voor observaties, had Cornelissen het erg naar haar zin tijdens haar onderzoek. ‘Soms moest ik wel hard werken, maar tussen de observatiemomenten in kon ik lekker van het zonnetje genieten en vogels spotten. Natuurlijk waren er ook momenten waarop niet zoveel gebeurde, maar ik zou het zo weer doen.’ Uitgerust met protocol, verrekijker en telescoop kon zij de dieren onopgemerkt bespieden. Hoewel, door dat blitse jasje hadden de wandelaars haar meteen in het vizier. ‘Ik moest zo’n fluorescerend geel ding van Staatsbosbeheer dragen, dat leverde grappige reacties op. Sommige bezoekers dachten dat ik aan een masterscriptie werkte in plaats van een profielwerkstuk, dus blijkbaar oogde het wel professioneel.’

Helikopters
Cornelissen bekeek onder andere hoe de paarden in het opengestelde gebied interacteerden met mensen. ‘De koniks trokken zich eigenlijk niet zo veel aan van de bezoekers. Ik heb een enkele keer waargenomen dat ze wegliepen of schrokken, maar meestal bleef de reactie uit. Soms liepen ze ook op de mensen af om te snuffelen.’ Cornelissen maakte zelf een spannende gebeurtenis mee bij de kudde, toen tijdens haar observaties opeens een hengst met volle snelheid langs kwam galopperen. ‘Dat was flink schrikken. Hij rende langs op slechts 2 meter afstand, we moesten ons snel terugtrekken.’ Het mooiste uitzicht was misschien wel toen twee militaire helikopters over het terrein vlogen. ‘Ruim negenhonderd paarden renden over de uitgestrekte vlakte, allemaal door elkaar heen. Een prachtig schouwspel.’

Schouders beknabbelen
Na het verwerken van alle data bleek dat de kuddes in het bezoekersgebied en in het afgesloten gebied niet duidelijk verschilden in hun gedrag. In beide gebieden werd zo’n driekwart van de tijd besteed aan de eerste levensbehoeften, grazen en staan. De verschillende groepen besteedden evenveel tijd aan sociaal gedrag, dat voornamelijk bestond uit elkaars schouder beknabbelen en het zogen van veulens door hun moeders. Ondanks interacties met mensen, vertoonden de paarden in het bezoekersgebied niet meer alertheid of mijdgedrag.

Net als pa
‘Het lijkt er dus op dat het eventuele openstellen van de gehele Oostvaardersplassen voor mensen geen effect heeft op het natuurlijke gedrag van de konikpaarden’, aldus Cornelissen. Toch is ze voorzichtig om een algemene conclusie te trekken. ‘Ik heb maar in één seizoen observaties kunnen doen, en ik heb niet naar de runderen en edelherten gekeken. Het liefst zou ik het onderzoek veel uitgebreider aanpakken.’ Waar ze wel een conclusie over heeft kunnen trekken, is haar toekomstige studierichting: ecologie, net als pa.

Dit artikel verscheen 9 december in Bionieuws 20