Bionieuws

Onderwijs & Werk

Afkeer van ‘giftige’ groenten

Flickr © John Sullivan

Vraag: Waarom vinden kinderen groenten vaak vies?

Spruitjes, andijvie, asperges, het gaat er bij de meeste kinderen niet in. Terwijl deze groenten op latere leeftijd vaak wel met smaak worden gegeten. Waar komt deze afkeer van groenten vandaan?

‘Spruitjes zijn bitter. En in de natuur is bitter vaak een indicatie dat iets toxisch is’, is een van de verklaringen van Gertrude Zeinstra, onderzoeker bij Wageningen Food & Biobased Research. ‘Daarnaast hebben we van jongs af aan een aangeboren voorkeur voor zoet. Zoet betekent dat er veel energie in zit, en in de oertijd toen veilig voedsel niet in overvloed in de supermarkt lag, was die voorkeur voor zoet en de afkeer van bitter en zuur dus een belangrijke eigenschap om als kind te overleven.’

Bruinkleuring
Zeinstra promoveerde in 2010 op de vraag hoe je kinderen meer groenten kunt laten eten, een vraag waar menig ouder mee worstelt. In haar onderzoek merkte ze dat naast smaakvoorkeuren ook de textuur van groot belang is. ‘Zachte en glibberige groenten zoals champignons, asperges en andijvieslierten willen kinderen niet. Rauwkost, komkommertjes, worteltjes, rauwe paprika, dat gaat er meestal wel in.’ Ze onderzocht ook of de bereidingswijze invloed kan hebben op de voorkeuren van kinderen. Dat bleek een belangrijke variabele. ‘We hebben worteltjes en boontjes op zes verschillende manieren klaargemaakt. Qua uiterlijk vonden ze het niet fijn als er bruinkleuring op zat door de bereidingswijze, zoals gegrilde groenten met bruine streepjes, of gefrituurde groenten die er een beetje verschrompeld en bruin uitzagen. Kinderen vinden het vooral fijn als de groente nog een beetje een bite heeft. Wat ze vooral niet aantrekkelijk vonden, was een pureevariant met daarin stukjes.’

Mondspieren
Net als bij de smaak kan Zeinstra een link leggen met evolutionaire voordelen van deze voor- of afkeuren. ‘Wij denken dat dat te maken heeft met de kaak en de mondspieren. Glibberige dingen zijn moeilijk te controleren in je mond, evenals een complexe textuur zoals een gladde puree met stukjes. Als je tanden dan net aan het wisselen zijn en je mondspieren nog in ontwikkeling zijn, is er meer kans op verslikking.’

Willen kinderen ook de knapperig gebakken spruitjes niet, dan is dat volgens Zeinstra geen reden om ze dan maar geen groenten voor te zetten. Leren eten is het devies. ‘Kinderen kunnen leren dat bepaalde groenten ondanks dat ze bitter zijn, wel te eten zijn. Volwassenen leren immers ook bittere dranken als koffie en bier te drinken, al speelt hier de fysiologische beloning in de vorm van cafeïne en alcohol ook een rol.’

'Glibberige dingen zijn moeilijk te controleren in je mond.'

De fase tussen 2 en 6 jaar is dan wel weer lastig, veel kinderen hebben dan last van neofobie: ze eten niets wat ze niet kennen. Ook dat heeft een evolutionaire verklaring. Zeinstra: ‘Het is een leeftijd waarop kinderen steeds mobieler en zelfstandiger worden en zelf de wereld gaan ontdekken. Als ze dan alles in hun mond stoppen wat ze tegenkomen, zou dat gevaarlijk kunnen zijn.’

Rolmodel
Hoe dan ook blijft het leren eten van groenten een zaak van lange adem, toont Zeinstra haar onderzoek aan. Nieuwe groenten moeten vaak wel tien of vijftien keer geproefd worden voor kinderen ze lekker gaan vinden. En zoals altijd bij het opvoeden: de ouder moet het goede voorbeeld geven, ook als ze daar even geen zin in hebben. ‘Ouders zijn bij eten een belangrijk rolmodel. Daarbij is het belangrijk om een positieve context te bieden rond eten. Heel erg pushen en groenten als het ware door de strot duwen, dat werkt vaak averechts. Al is het natuurlijk best een uitdaging als ouders en kinderen moe zijn, om positief te blijven als een kind zijn groenten niet wil eten. Wat vaak ook helpt, is kinderen betrekken bij het eetproces. Laat ze een keer kiezen welke groente er gegeten wordt, neem ze mee naar de supermarkt en laat ze daar kiezen, of laat ze helpen met klaarmaken. Als je zelf iets klaarmaakt of het komt uit eigen tuin, dan smaakt het toch altijd iets lekkerder. Dat werkt voor kinderen ook zo.’

(Dit bericht verscheen in Bionieuws 1 van 13 januari 2018 en maakt deel uit van het themanummer dat tot stand kwam dankzij financiële steun van het programma Jong Leren Eten waarmee de Nederlandse overheid middels educatie en voorlichting probeert jongeren ‘voedselvaardiger’ te maken.)