artikel afdrukken
bionieuws 19, 15-11-2008

nieuws
Hoe de slak de slang overwon

Tropische landslakken vertonen een enorme variatie aan schelpvormen. Japanse onderzoekers verklaren één van die variaties in the American Naturalist van november.

Door Ellen Spierings
© bionieuws


Masaki Hoso en Michio Hori bestudeerden hoe de slaketende slang, Pareas Iwasakii, zijn prooidieren uit hun schelp weet te werken. Een van die prooien, Satsuma caliginosa caliginosa, wist een dergelijke ontruiming in meer dan de helft van de pogingen te voorkomen.

Op de website van Hoso (http://ecol.zool.kyoto-u.ac.jp) is het bewijs te vinden. Twee korte maar indrukwekkende filmpjes van een slang die zijn nietsvermoedende prooi heel behoedzaam van achter besluipt. Zijn kop brengt hij rustig naast het slakkenhuis in positie. Met een flinke hap en een aantal korte schrokbewegingen is de slak verorberd. Maar alleen in het eerste filmpje. Filmpje twee toont S.c.calignosa in actie. Na de initiële hap verliest de slang al snel zijn grip op de glibberige prooi. De slak komt er heelhuids vanaf.

Dat komt, stellen de Japanners, omdat deze slak de opening van zijn schelp heeft aangepast. S. c. caliginosa heeft een deuk vlak achter de schelprand, waardoor de opening niet rond is, maar een meer ovale vorm heeft. Die deuk redt de slak volgens de biologen van de slang. Want, zo observeerden zij, de slang grijpt de slakken vlak onder de schelp vast en verzet vervolgens om beurten zijn boven- en onderkaak om de slak naar zich toe te trekken. Botst de slang met zijn tanden tegen de ribbel bij de ingang van het slakkenhuis dan kan hij die tanden niet vastzetten. Vervolgens speelt zijn kauwreflexen hem parten. De andere kaak laat automatisch los en de slak is vrij en verdwijnt in zijn schelp. Zustersoorten van S.c.caliginosa met een ronde schelpopening lukt dit niet.