bionieuws 1, 20-01-2006
column
Miquel Bulnes doet boodschappen
Miquel Bulnes is arts-microbioloog in opleiding bij het Eijkman-Winkler Centrum van het UMC Utrecht en hij doet promotie-onderzoek aan antibacteriële peptiden uit Staphylococcus spp. Hij schreef twee romans, Zorg en Lab.
Door Miquel Bulnes
© bionieuws
Je hoeft soms maar even te graven om te stuiten op leegte.
‘s Ochtends begeleid ik een werkgroep van derdejaars geneeskunde-studenten en moet - als eenvoudige en bescheiden microbioloog - microbiologische, maar ook reumatologische onderwerpen bespreken. De casus die de studenten voor vandaag hebben moeten voorbereiden gaat over een kind met juveniele reumatoïde artritis (JRI). Vraag nummer acht: ‘Waarom moeten patiënten met JRI regelmatig voor controle naar de oogarts?’
‘Vanwege de grote kans op uveïtis,’ antwoordt een van hen, hetgeen ook het juiste antwoord is, althans, het antwoord in mijn docentenhandleiding.
‘Wat is uveïtis precies?’ vraag ik.
Het blijft even stil. ‘Ja, iets met je oog... een ontsteking...’
Regelmatig geven mensen het goede antwoord op een vraag zonder te begrijpen wat ze gezegd hebben. Dit zijn altijd korte antwoorden.
Vorige week, bij onderwijs over antibiotica-allergie, wist een andere student nog te melden: ‘Er is een kruisovergevoeligheid tussen penicilline en cefalosporines.’ Ook dat was het juiste antwoord. Toen ik aansluitend vroeg om een voorbeeld van een cefalosporine noemde hij alle antibiotica op die hij kende, en daar zat geen cefalosporine tussen.
En dan was er natuurlijk nog de studente die een ziektebeeld - volkomen terecht - typisch vond voor tyfus, maar bij navraag niet kon uitleggen waarom. (‘Ja, weet ik veel... de volgende vragen gaan allemaal over tyfus...’)
Doorvragen om te kijken of de studenten de stof ook begrijpen doe ik alleen bij groepen die oprecht geïnteresseerd zijn. Beginnen ze na tien minuten al op de klok te kijken, dan kan een werkgroep met gemak drie keer zo snel.
Die middag zit ik bij een praatje over DNA-vaccins. Het onderwerp is niet bepaald mijn hobby, maar het eerste kwartier kan ik het redelijk volgen. Dan laat ik mijn gedachten drie minuten afdwalen en raak meteen volledig de draad kwijt. Vanaf dat moment kan de aio die het verhaal vertelt dat wat mij betreft net zo goed in een Afrikaanse kliktaal doen.
Ik bijt echter nog liever mijn tong af dan dat ik vraag om extra uitleg. Mensen die niet goed opletten of die een kwartier te laat binnenkomen verliezen het recht om vragen te stellen. Gevolg is wel dat ik de rest van het praatje moet uitzitten zonder er ook maar iets van op te steken, starend in de diepte van het projectiescherm. Ik tracht de tijd nuttig te besteden door over andere belangrijke dingen na te denken (...cellen uit de vriezer halen, ontdooien, afdraaien, resuspenderen...).
Een grote tabel met allemaal percentages verschijnt (...om vijf uur in de stoof, labjournaal bijwerken, uiterlijk zes uur thuis, boodschappen doen: Mexicaanse tortilla’s...). Ik kijk op de klok.
De aio gaat steeds dieper in op zijn data. Hij gebruikt moleculair-biologische termen waar ik nooit van heb gehoord (...guacamole, drie paprika’s, uien, blik bruine bonen... o ja, toiletreiniger natuurlijk...).
De presentatie is afgelopen. ‘Zijn er nog vragen?’ wil de aio weten. Geen vragen.
‘Mooi verhaal,’ zegt zijn begeleider, ‘maar volgens mij was ik de enige die het begreep.’
Ik kijk om me heen en lees af aan de gezichten dat er meer boodschappenlijstjes zijn gemaakt.
|