artikel afdrukken
bionieuws 11, 03-06-2005

achtergrond
Met pipet en kettingzaag

Biologen Haasnoot en Tinga maken naam als kunstenaar. Het ontrafelen van een moleculair mechanisme is net zo hard werken als een spelcomputer hakken uit eikenhout.

Door Arno van ’t Hoog
© bionieuws


De pisbakboom vormde op Koninginnedag een spraakmakende attractie op het stadhuisplein in het centrum van Leiden. Twee kunstenaars transformeerden daar met kettingzaag en beitels een boomstam van duizend kilo tot een functioneel urinoir. De officiële opening werd verricht door een dame met plastuitje. De kranten stonden er vol van.

Ziedaar het dertiende gratis kunstwerk dat het Kunst Uitschot Team cadeau deed aan de Leidse bevolking. Drijvende kracht achter het team zijn twee biologen van begin dertig: Joost Haasnoot en Merijn Tinga. Haasnoot werkt als postdoc op de afdeling humane retrovirologie in het AMC, Tinga werkte na zijn studie twee jaar als biologiedocent en is nu keramist bij de psychiatrische inrichting Endegeest.

Vrijwel alle vrije tijd gaat in de kunst zitten, naast z’n gezin, zegt Joost Haasnoot. Zo wisselt hij het onderzoek aan de rol van RNAi in de afweer tegen het aids-virus, af met kwast en beitel. ‘Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Schilderen en beeldhouwen doe ik al vanaf jonge leeftijd, ik heb nooit les gehad. Ik had exposities tijdens m’n studie en dat is tijdens mijn promotie verder gegaan. Toen Merijn aangaf ook in de kunst verder te willen zijn we begonnen. Ik richtte me in eerste instantie op het galerie-circuit, maar vanaf dat moment kozen we ervoor om gelijk het grote podium te zoeken.’


Bordeel
Het eerste spraakmakende project: beelden gehouwen uit strandpalen tussen Katwijk en Noordwijk. In een nacht hakten Tinga en Haasnoot uit het staalharde tropische azobe een ‘noeste negerkop‘, ‘strandnaakt‘, of ‘zestenige voet‘. Tot groot ongenoegen van de eigenaar van de kilometerpalen, Rijkswaterstaat, die beelden vervolgens afzaagde - maar later weer wilde tentoonstellen. Het leverde een soap in de Leidse media. ‘Daar kwam zoveel energie en feedback door, dat was een enorme stimulans’, zegt Tinga.

Haasnoot en Tinga kennen elkaar van het eind van de studie biologie in Leiden. Halverwege de jaren negentig, mooie tijden herinnert Tinga zich: ‘We gingen toen vooral veel zuipen. Joost had een trekharmonica en ik stond te zingen. Zo kwamen we – fles whisky op – zelfs in het enige bordeel van Leiden terecht, de Topcat. Mochten we een liedje opvoeren. Wat Joost deed met kunst vond ik machtig interessant. Pas later, in 2000, zijn we dingen samen gaan doen.’

Eerst volgde Tinga nog de lerarenopleiding biologie, gaf les, maar kwam tot de conclusie dat daar zijn roeping niet lag. Hij besloot te gaan doen wat hij altijd wilde: kitesurfen in Marokko. Op de fiets reed hij er naartoe, en bleef tien maanden weg. ’In Marokko realiseerde ik me dat ik wilde gaan schilderen.’ Zo begon in het atelier van Haasnoot de samenwerking.

Inmiddels hebben de kunstenaars intrek genomen in een grote loods op het terrein van de oude meelfabriek. Het is een groot atelier met een lap grond waar menig gevestigd kunstenaar van droomt. Buiten liggen monumentale boomstammen, afdankertjes van een scheepstimmerwerf. Er is een heftruck nodig om het hout de loods in te krijgen. Kunst maken is hier ambachtelijk handwerk en honderden uren hakken en schaven.


Wolkers
Tinga en Haasnoot hebben de voorbije jaren naam gemaakt met het gratis – en illegaal – plaatsen van hun beelden. Een daarvan, de Venus van Leiden, viel zo in de smaak dat de omwonenden, dat ze erom vroegen of het beeld van de wulps gevormde dame terug mocht, nadat de gemeente het had verwijderd. Tinga legt zijn hand op het eiken beeld: ‘Straks staat deze weer in het Plantsoen, honderd meter van de kunst van Jan Wolkers. Sinds kort merken we dat we naam als kunstenaar beginnen te krijgen. Mensen zoeken ons op; we hebben zelfs een opdracht van de gemeente gekregen.’

Volgens Haasnoot is een carrière in de kunst soms een aantrekkelijk perspectief, maar dat is de wetenschap ook. ‘Afhankelijk van hoe goed het gaat ligt de focus meer op kunst of op wetenschap. Soms als het onderzoek tegenzit is de verleiding groot om over te stappen. Maar allebei gaat het voorspoedig; ik verwacht dat het lange tijd samen zal gaan. We kunnen er nog zeker niet van leven.’

De biologie speelt nauwelijks een rol in het werk van de kunstenaars. Of het moet zijn dat het ontrafelen van een moleculair mechanisme net zo hard werken is als een motorblok hakken uit een eiken boomstam. Geen kunst dus als communicatiemiddel over wetenschap. ’We maken figuratieve kunst die mensen moet prikkelen en aanspreken.’ Het laatste project is een houten computerspeelautomaat uit een spelletjeshal, in het kader van de dag van het park. Haasnoot: ‘Hij staat in park Cronesteijn, bedoeld voor kindertjes die allergisch zijn voor de natuur.’

Dit artikel is onderdeel van een thema over kunst en biologie.